Kerncijfers
Kerncijfers
Niet-financiële kerncijfers
| Energietransitie | Emissies | Circulariteit | Leveringszekerheid | Veiligheid | Diversiteit |
|---|---|---|---|---|---|
| Reductie prognose voor onze netgebruikers in 2030: 7,8 MT | Reductie CH4 emissies: Op koers | 22,6% circulair staal | Uncontrolled events: 2 | TRFI: 2,2 | 25% vrouwen in management |
| Reductie prognose voor onze netgebruikers in 2035: 22,3 MT | Reductie Scope 1 en marktgebaseerde Scope 2: Uitdagend | Transport-onderbrekingen: 2 | |||
| Groene capex: 41% | Reductie Scope 3: Niet op koers |
Realisatie van onze doelen en prognoses
Energietransitie
Voor de jaren tot en met 2030 kunnen we minder reductie faciliteren dan we een jaar geleden dachten. We denken nu dat gebruikers door onze Nederlandse energietransitie-projecten in 2030 een reductie van 7,8 Mton CO2-uitstoot kunnen faciliteren. In het vorige jaarverslag gingen we nog uit van 16,4 Mton. De daling tot 7,8 Mton komt met name doordat we denken dat ons CCS-project Aramis vanwege een ingediend vergunningsbezwaar vertraging oploopt. Voor gebruikers van onze Duitse energietransitieprojecten (Hyperlink 1 t/m 5) verwachten we door een later op gang komende marktvraag naar waterstof nu een emissiereductie-facilitering voor 2030 van 1,3 Mton. Dat was eerder 4,4 Mton.
Emissies
In 2025 blijven we op koers om ons methaanemissiedoelstelling van 2030 te behalen, dit is hoofdzakelijk het resultaat van een stabielere bedrijfsvoering, waardoor er minder ongecontroleerde emissie heeft plaatsgevonden. Bij het realiseren van ons doel voor Scope 1 en Scope 2 hebben we een uitdaging, onder meer door de emissies van EemsEnergyTerminal die bij de verlening van de inzet, mogelijk structureel worden. Ten tijde van het stellen van ons Scope 1- en 2-doel bestond de EemsEnergyTerminal nog niet. Onze Scope 3-emissies zijn dit jaar toegenomen door de inkoop van met name staal eind 2025 om de bouw van een aantal grote projecten in Duitsland te kunnen faciliteren.
Circulariteit
In 2025 is 22,6% van het ingekochte staal gemaakt van gerecyclede materialen (2024: 12,6%). Dankzij beter inzicht in de productiemethodes van onze (staal)leveranciers en betere dataverzameling (onder andere door middel van Environmental Product Declaration (EPD’s)) kunnen we dit steeds nauwkeuriger vaststellen.
Leveringszekerheid
We hebben in 2025 voor onze klanten een hoge transportzekerheid gerealiseerd. Er vonden twee transportonderbrekingen plaats (2024: 1, interne eis ≤6) en twee uncontrolled events (2024: 0, interne eis ≤2).
Veiligheid
Gasunie hanteert als signaalwaarde voor veiligheid de Total Reportable Frequency Index (TRFI, per miljoen werkuren). De TRFI is in 2025 verbeterd ten opzichte van 2024 en ligt onder de signaalwaarde van 2,5.
Diversiteit
Eind 2025 bedroeg het aantal leidinggevenden 208, hiervan waren er 157 man en 51 vrouw. Het aandeel vrouwen in leidinggevende posities komt hiermee op 25% (2024: 28%). Gasunie heeft zich als doel gesteld dat 30% van de totale managementpopulatie vrouw is in 2030.
Transportprestaties
Nederland
Gasunie Transport Services heeft in 2025 6,2% meer aardgas getransporteerd dan in 2024. In totaal transporteerde de netbeheerder 63,4 miljard m3 aardgas (2024: 59,7 miljard m3) goed voor 685 TWh (2024: 639 TWh) aan energie. De stijging komt vooral doordat er meer gas werd opgeslagen in gasbergingen, door een toename in gasverbruik door elektriciteitscentrales en omdat er meer gas naar Duitsland werd geëxporteerd. Het totale binnenlandse gasverbruik bleef nagenoeg gelijk ten opzichte van 2024 (afname 0,3%).
Achter de cijfers gaat een duidelijke verschuiving schuil. Het gastransport naar de industrie daalde door een afname in de vraag met 9% terwijl het verbruik door elektriciteitscentrales met ruim 17% toenam. Aardgas werd door elektriciteitsproducenten vaker ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen. Vooral tijdens koude, donkere winterdagen, met weinig zon en wind, werden recordhoeveelheden gas naar centrales getransporteerd om de elektriciteitsproductie op peil te houden. Aardgas vervulde daarmee in 2025 een nog belangrijkere rol als flexibele energiebuffer dan in 2024 en draagt hiermee bij aan de energiezekerheid van elektriciteit.
Het grensoverschrijdend transport steeg met 8,2%. Dat komt vooral door een toename van de export richting Duitsland. Het transport naar België daalde. Opvallend is de sterke groei van de import van vloeibaar aardgas (LNG). Voor het eerst werd meer LNG geïmporteerd dan gas via pijpleidingen (onder meer uit Noorwegen). De LNG-import steeg met maar liefst 25,3%, een toename van 4,2 miljard m3. In mei werd bovendien een recordvolume van 2 miljard m3 LNG ingevoerd – de hoogste maandelijkse invoer ooit.
In 2025 werd 21% meer gas naar Nederlandse gasopslagen getransporteerd. Ook de injectie in Duitse bergingen (met een rechtstreekse verbinding naar het GTS-netwerk) nam toe (+26%). Hoewel er gedurende 2025 meer gas werd geïnjecteerd in de bergingen dan het voorgaande jaar, waren de opslagen in het begin van deze winter iets minder gevuld dan in 2024. Dit komt omdat de gasopslagen in het voorjaar van 2025 relatief leeg waren.
De invoeding van groen gas steeg in 2025 fors met 51,2%. In totaal kwam er in 2025 46 miljoen m3 groen gas binnen op het GTS-net. Dit groen gas kwam binnen via groengasinvoeders die direct op het GTS-net invoeden en de groengasbooster die groen gas vanuit het net van een regionale netbeheerder naar het GTS-net transporteert.
Duitsland
De totale hoeveelheid aardgas die GUD jaarlijks transporteert is groter dan de som van de hierboven weergegeven invoed-volumes. Het gasnet van GUD is verknoopt met netten van andere Duitse gastransporteurs. De weergegeven volumes zijn het aandeel van GUD in de genomineerde volumes op de invoedpunten.
Gasunie Deutschland transporteerde in 2025 271 TWh (27,7 miljard m3) door haar netwerk; een stijging van 9,3% ten opzichte van het volume 248 TWh (25,4 miljard m3) van 2024. De invoer van aardgas vanuit Nederland en Noorwegen steeg met respectievelijk 18,4% en 13,3%. Het volume LNG dat het GUD-net inkwam, bleef jaar-op-jaar ongeveer gelijk.
Om de aardgasleidingen voor te bereiden op het transport van waterstof heeft GUD in 2025 verschillende aardgasleidingen tijdelijk uit bedrijf genomen. Deze buitengebruikstellingen vonden in de zomer plaats en hadden daarom geen impact op de transportcapaciteit.
TTF
TTF werd in 2003 door Gasunie Transport Services (GTS) opgezet als het centrale virtuele punt in het Nederlandse gastransportnet waar gas van eigenaar kan wisselen. TTF is geen fysieke beursvloer maar een virtueel knooppunt binnen het landelijke gasnet van GTS. Hier kunnen marktpartijen gas overdragen dat al in het systeem zit (entry‑paid gas). TTF‑prijzen zijn uitgegroeid tot de belangrijkste Europese referentieprijzen voor aardgas.
In 2025 is er meer gas verhandeld op TTF dan in recordjaar 2024. Het aantal op TTF actieve partijen nam ook toe vergeleken met het jaar daarvoor. De gashandel kent twee hoofdroutes: over-the-counter (OTC; waarbij gas rechtstreeks bij een wederpartij wordt ingekocht) of via een gasbeurs (waarbij de beurs de centrale wederpartij voor alle handelaren is). De OTC-handel is in 2025 gestegen met bijna 22%: van 15.499 TWh (in 2024) naar 18.894 TWh. Het via gasbeurzen verhandelde TTF-deel steeg op jaarbasis met bijna 16% van 50.509 TWh (in 2024) naar 58.361 TWh in 2025.
| In TWh | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Verhandelde hoeveelheid gas op TTF | 77.255 | 66.008 |
| Hoeveelheid gas door GTS-netwerk via TTF | 443 | 437 |
| Maximumaantal actieve partijen op één dag | 173 | 166 |
De voorsprong van TTF op de andere Europese gashandelsplaatsen blijft zeer groot. Zo vond in 2025 wederom ongeveer 80% van de Europese gashandel plaats op TTF. Dit geeft opnieuw aan dat de Nederlandse gashandelsmarkt goed werkt en TTF een leidende positie heeft in Europa.
Financiële kerncijfers
| Gerapporteerd | Onderliggend | |||
|---|---|---|---|---|
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Opbrengsten | 1.602 | 1.294 | 1.666 | 1.572 |
| Lasten (excl. afschrijvingen en impairments) | -986 | -834 | -892 | -744 |
| EBITDA | 617 | 461 | 774 | 828 |
Een groot deel van de inkomsten van Gasunie komt van netwerkbeheerders GTS en GUD, die werken met gereguleerde tarieven. Zijn deze inkomsten in een jaar hoger dan toegestaan, dan moeten we ze een aantal jaren later aan de markt teruggeven (‘verrekenen’) in de vorm van lagere tarieven. Omgekeerd geldt hetzelfde. Dit mechanisme is ook van toepassing op de energiekosten. Wanneer deze afwijken van de norm, worden ook deze verrekend.
In bovenstaand overzicht laten we de gerapporteerde (‘boekhoudkundige’) EBITDA zien en de EBITDA die is gecorrigeerd voor de verrekeningen uit het verleden en verwachte verrekeningen naar de toekomst. De delta tussen de gerapporteerde en onderliggende EBITDA betreft onder meer, minder of meer capaciteitsverkopen en energiekosten dan door de regulator vastgesteld en een hogere of lagere vergoeding voor onze vermogenskosten. Onze prestaties in 2025 zijn beter af te leiden uit dit indicatief onderliggend resultaat.
In 2022 waren de inkomsten van GTS en GUD erg hoog vanwege de geopolitieke omstandigheden. Een groot deel van deze hogere omzet is in 2024 via onze tarieven verrekend met onze klanten. Dit heeft tot een laag boekhoudkundig resultaat geleid in 2024. Een resterend deel van de hogere omzet in 2022 is via de tarieven in 2025 verrekend, waardoor ook het boekhoudkundig resultaat in 2025 enigszins wordt gedempt. In het onderliggend resultaat is voor deze effecten gecorrigeerd.
Opbrengsten
De onderliggende opbrengsten zijn € 94 miljoen hoger dan in 2024. Dit is onder meer het gevolg van uitbreidingen in het Duitse aardgasnetwerk. Daarnaast zijn er veranderingen geweest in het reguleringskader en zijn de opbrengsten van BBL aanzienlijk lager dan in 2024.
De gerapporteerde opbrengsten zijn € 308 miljoen hoger dan vorig jaar. De capaciteitsboekingen waren in 2025 ongeveer € 170 miljoen lager, terwijl hogere gereguleerde tarieven in 2025 tot circa € 525 miljoen extra inkomsten leidden. Deze stijging van de tarieven in 2025 heeft vooral te maken met lage tarieven in 2024 omdat via de tarieven van 2024 een groot deel van de additionele omzet uit 2022 is verrekend.
EBITDA
De onderliggende EBITDA is € 54 miljoen lager dan vorig jaar. Dit komt, naast de hierboven beschreven ontwikkelingen in de opbrengsten, vooral door een toename van het aantal medewerkers. Ook zijn de kosten voor netwerkonderhoud gestegen, evenals de kosten die samenhangen met de energietransitie. De gerapporteerde EBITDA is € 156 miljoen hoger dan vorig jaar.
Resultaat na belastingen
Het gerapporteerde resultaat na belastingen bedraagt € 85 miljoen en is € 15 miljoen hoger dan in 2024. In 2025 heeft een bijzondere waardevermindering van € 141 miljoen op de materiële vaste activa van Gasunie Deutschland plaatsgevonden. Het onderzoek naar de waardering van de materiële vaste activa is ingegeven door wijzigingen in het reguleringskader van Gasunie Deutschland. Daarnaast zitten er een aantal bijzondere effecten in de belastingen die leiden tot een bate van € 52 miljoen in de winst- & verliesrekening, zoals een geleidelijke verlaging van het toekomstige vennootschapsbelastingtarief in Duitsland en belastingvoordelen vanwege investeringen in de energietransitie.
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Balans | ||
| Vaste activa | 11.257 | 10.490 |
| Eigen vermogen | 6.494 | 6.401 |
| Balanstotaal | 11.801 | 11.048 |
| Kasstroomoverzicht | ||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 600 | 323 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -1.240 | -753 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 601 | 202 |
| Netto kasstroom | -39 | -228 |
Kasstromen
De operationele kasstromen zijn € 277 miljoen hoger dan in 2024. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de hogere EBITDA in 2025. De toename in de kasstroom uit investeringen volgt vooral uit investeringen in WarmtelinQ, Porthos en de Duitse gasinfrastructuur. De kasstroom uit financieringsactiviteiten is ten opzichte van 2024 met name gestegen door het aantrekken van nieuwe financiering en omdat we in 2025 geen dividend aan onze aandeelhouder hebben uitgekeerd.
Financiële vooruitzichten
We verwachten dat de EBITDA en het nettoresultaat de komende jaren weer stijgt in vergelijking tot 2025.
Meerdere energietransitie-projecten worden inmiddels gerealiseerd. De komende jaren verwachten we nieuwe investeringsbesluiten te nemen voor energietransitie-projecten.
Gasunie lost in het tweede halfjaar van 2026 een obligatielening af van € 650 miljoen. In 2028 lost Gasunie nog eens een obligatielening van € 300 miljoen af.
Regulering
Nederland
Eind 2025 hebben ACM, representatieve organisaties van netgebruikers en de netbeheerders een akkoord gesloten over de nieuwe tariefreguleringsmethode voor beheerders van gas- en elektriciteitsnetwerken voor de periode 2027-2031. In de tariefreguleringsmethode bepaalt ACM onder andere hoe de tarieven tot stand komen en op welke wijze de efficiëntie van GTS wordt gecontroleerd. Het is voor het eerst dat een dergelijk sectorbreed akkoord is gesloten.
De nieuwe tariefreguleringsmethode geeft GTS vanaf 2027 de financiële basis om betrouwbaar gastransport te blijven verzorgen en het gastransportnet klaar te maken voor de energietransitie. In de nieuwe methodiek controleert ACM de efficiëntie van GTS door middel van kostenmonitoring en procestoetsing. Daarnaast gaat ACM de toegestane inkomsten van GTS baseren op de werkelijke, efficiënte kosten in plaats van op historische kosten, zoals in de huidige methodiek. Om in 2027 een piek in de transporttarieven van GTS te voorkomen en een stabieler tariefverloop te faciliteren, worden nacalculaties uit de huidige reguleringsmethode over meerdere jaren verspreid.
Verder is afgesproken dat representatieve organisaties van netgebruikers eerder en beter betrokken worden bij het opstellen van de investeringsplannen van netbeheerders. ACM gaat de investeringsplannen uitgebreider toetsen. GTS neemt delen van het gastransportnet uit bedrijf als deze niet meer nodig zijn voor het gastransport. Verkoop van leidingen vindt bijvoorbeeld plaats aan Hynetwork voor de ontwikkeling van het landelijke Nederlandse waterstofnetwerk. De keuzes en de timing van het uit gebruik nemen van delen van het gastransportnet zijn van invloed op de transporttarieven. Daarom licht GTS deze zogeheten desinvesteringen in haar investeringsplan toe. Opname van deze desinvesteringen in het investeringsplan zullen starten vanaf 2028.
ACM stelde in februari 2026 een definitief methodebesluit vast op basis van de gemaakte afspraken, zodat de tarieven van netbeheerders voor de komende jaren op basis van deze nieuwe methode vastgesteld kunnen worden.
Transporttarieven voor 2026
Begin 2025 heeft ACM de transporttarieven voor 2026 vastgesteld. Het transporttarief voor 2026 stijgt gemiddeld met ongeveer 50%. Deze stijging is het gevolg van hogere toegestane inkomsten door onder meer gestegen energiekosten en een daling van gecontracteerde capaciteiten. Voor huishoudens blijft het effect op de totale energierekening beperkt omdat het aandeel van GTS-transportkosten daarin gering is.
Duitsland
De Duitse toezichthouder BNetzA heeft het rendement op eigen vermogen voor de reguleringsperiode 2023-2027 vastgesteld op 5,07% vóór belasting voor nieuwe activa en 3,51% vóór belasting voor oude activa. Samen met meerdere andere netwerkbeheerders heeft GUD hiertegen bezwaar aangetekend bij de rechtbank. In 2023 oordeelde het Oberlandesgericht Düsseldorf in het voordeel van de netwerkbeheerders en vernietigde de door de instantie vastgestelde tarieven. BNetzA heeft beroep aangetekend bij het Duitse Federale Hof van Justitie en op de meeste punten gelijk gekregen.
GUD diende in 2025 samen met andere TSO’s een klacht in tegen de vastgestelde efficiëntiefactor gas. Begin 2022 begon BNetzA met de evaluatie van een nieuwe algemene efficiëntiefactor die van toepassing is op alle netwerkbeheerders in de reguleringsperiode 2023-2027. Daaropvolgend publiceerde ze in 2023 een conceptbesluit waarin de efficiëntiefactor gas werd vastgesteld op 0,87%. De klacht is nog in behandeling.
In 2025 is besloten naast KAlkulatorische NUtzungsdauer 1.0 (KANU 1.0) ook KANU 2.0 toe te passen vanaf 2026, waarmee versnelde regulatoire afschrijving wordt toegestaan ter beperking van restwaarderisico’s, in lijn met de doelstelling van de Duitse overheid om in 2045 klimaatneutraal te zijn.
Eind december 2025 publiceerde BNetzA het nieuwe definitieve commerciële reguleringskader voor gas-TSO’s en -DSO’s vanaf 2028. Binnen dit model wordt onder andere de WACC-methode geïntroduceerd en vervalt de inflatiecorrectie op kapitaalkostenvergoedingen. Details over de structuur van het reguleringskader volgen nog. De stap bouwt voort op eerdere ontwikkelingen. In 2024 startte BNetzA procedures om de verordeningen over stimuleringsregulering en netwerktarieven te vervangen door eigen bepalingen, in overeenstemming met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. In deze uitspraak, die dateerde uit 2021, oordeelde het Hof dat de Duitse wetgever de bevoegdheden van BNetzA in strijd met de Europese wetgeving had beperkt. Als gevolg hiervan trad eind 2023 nieuwe wetgeving in werking die BNetzA meer beslissingsbevoegdheid verleent.
BNetzA is verantwoordelijk voor het ontwerpen van regulering voor het Kernnetz; de waterstofbackbone van Duitsland. BNetzA heeft inmiddels commerciële randvoorwaarden vastgesteld, waaronder regels voor het vaststellen van de tarieven (‘WANDA'), regels voor toegestane inkomsten en een intertemporele amortisatierekening. Op het gebied van nettoegang heeft BNetzA al verschillende besluiten gepubliceerd, waaronder die over net toegang (‘WaKandA’), balancering (‘WasABi’) en multipliers en kortingen voor waterstoftransport. Het reguleringskader wordt verder ontwikkeld in overleg met de markt. GUD is intensief betrokken bij deze processen via de verenigingen FNB Gas en BDEW.
Regulatoire verrekeningen
GTS en Gasunie Deutschland hebben als transportnetbeheerder een monopoliepositie en staan daarom onder toezicht van respectievelijk de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Bundesnetzagentur (BnetzA). Deze toezichthouders bepalen hoeveel GTS en Gasunie Deutschland mogen verdienen (de toegestane inkomsten). Op die manier wordt gewaarborgd dat de klanten van GTS en Gasunie Deutschland een redelijk transporttarief betalen.
Zijn deze inkomsten in een jaar hoger dan toegestaan, dan moeten ze een aantal jaren later aan de markt worden teruggeven (‘verrekend’) in de vorm van lagere tarieven. Omgekeerd geldt hetzelfde. Dit mechanisme is ook van toepassing op de energiekosten en andere elementen uit de methode van regulering. Wanneer deze afwijken van de norm, worden ook deze verrekend.
Onder IFRS, de standaard boekhoudregels voor grote ondernemingen, mogen deze verrekeningen niet als vordering of schuld op de balans worden opgenomen. Daarom worden ze niet verantwoord in het jaar waarin ze ontstaan, maar in het jaar waarin ze in de tarieven worden verwerkt. Dit geeft een vertekend beeld van het financiële resultaat in een bepaald jaar. Vanwege de grote omvang van deze verrekeningen presenteren we daarom ook een onderliggend resultaat in de kerncijfers.
| In miljoenen euro's | 2025 |
|---|---|
| Gasunie Transport Services | |
| Te verrekenen op 1 januari | 339 |
| Dit jaar ontvangen regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren | - |
| Toekomstig te verrekenen | 315 |
| Te verrekenen op 31 december | 654 |
| Gasunie Deutschland | |
| Te verrekenen op 1 januari | -18 |
| Dit jaar ontvangen regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren | -8 |
| Toekomstig te verrekenen | -44 |
| Te verrekenen op 31 december | -69 |
In de tarieven van 2025 is een bedrag verrekend van € 8 miljoen vanuit voorgaande jaren. Dit bedrag bestaat uit een per saldo nihil verrekening voor GTS en een positieve verrekening van € 8 miljoen voor Gasunie Deutschland. De in 2025 gerealiseerde omzet, energiekosten en investeringen wijken af van de norm die is vastgesteld door de toezichthouders in Nederland en Duitsland. Tezamen met effecten uit eerdere jaren die nog verrekend mogen worden leidt dit voor GTS tot een toekomstige vordering van € 315 miljoen en voor Gasunie Deutschland leidt dit tot een toekomstige schuld van € 44 miljoen. Deze bedragen worden verrekend in de tarieven van de volgende jaren.
Ultimo 2025 moet regulatoir een bedrag van € 586 miljoen worden verrekend. Dit bedrag bestaat uit een te vorderen bedrag voor Gasunie Transport Services van € 654 miljoen en een te betalen bedrag voor Gasunie Deutschland van € 69 miljoen. Dit zijn schattingen, de toezichthouders stellen uiteindelijk de definitieve verrekeningen vast. In het onderstaande overzicht splitsen we het te verrekenen bedrag naar de perioden waarin de bedragen op basis van IFRS-grondslagen worden verrekend in de tarieven:
| In miljoenen euro's | Totaal | 2026 | 2027 > |
|---|---|---|---|
| Te verrekenen bedragen naar looptijd ultimo 2025 | |||
| Gasunie Transport Services | 654 | 339 | 315 |
| Gasunie Deutschland | -69 | -30 | -39 |
| Totaal te verrekenen | 586 | 309 | 277 |
De verdeling over de jaren is onderdeel van de nadere uitwerking van de sectorovereenkomst van GTS en kan daardoor nog wijzigen.