Spring naar inhoud

Nadere toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

1. Significante aangelegenheden en gebeurtenissen

Omzet- en resultaatontwikkeling

In 2025 nam onze geconsolideerde netto-omzet (exclusief de overige opbrengsten) met 23,8% toe ten opzichte van 2024. Dit is vooral het gevolg van hogere toegestane inkomsten bij onze gereguleerde bedrijfsonderdelen.

Indien de gereguleerde omzet in enig jaar de door de toezichthouder bepaalde toegestane omzet te boven gaat, moeten we deze surplus-omzet in de jaren erop verrekenen met de markt door het hanteren van lagere tarieven (en visa versa). Dat bepaalt het systeem van regulering zowel in Nederland als in Duitsland. Onder de van toepassing zijnde verslaggevingsstandaarden mogen we toekomstige verrekeningen niet als verplichting of vordering in de balans opnemen en daarmee dus niet in de omzet en het resultaat van het betreffende jaar. Gereguleerde verrekeningen mogen we pas verwerken in het jaar waarin de verrekening daadwerkelijk plaatsvindt. Hierdoor hadden we in 2024 te maken met lagere toegestane inkomsten, waardoor de netto-omzet lager was. Dit was voor een groot deel een verrekening van de additionele omzet uit 2022 die toen erg hoog was vanwege geopolitieke omstandigheden.

Voor een nadere toelichting op de omzet- en resultaatontwikkeling verwijzen we naar noot 2 ‘Financiële informatie per segment’ en noot 29 ‘Netto-omzet’. In ons directieverslag onder het hoofd ‘Financiële kerncijfers’ lichten we het verschil tussen onze IFRS-resultaten en onze onderliggende resultaten nader toe.

De totale bedrijfskosten zijn € 313,3 miljoen hoger dan vorig jaar. Dit komt vooral door een toename van het aantal medewerkers welke overwegend zijn aangetrokken vanwege onze activiteiten op het gebied van de energietransitie (zie noot 31 ‘Personeelskosten’). Ook zijn de kosten voor netwerkonderhoud gestegen, evenals de kosten die samenhangen met de energietransitie. Daarnaast heeft een bijzondere waardevermindering van € 140,7 miljoen op het aardgastransportnetwerk van Gasunie Deutschland een verhogend effect op de bedrijfskosten. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in noot 3 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’, waarin we ook de waardering van een aantal andere belangrijke bedrijfsonderdelen hebben onderzocht die niet tot een aanpassing van de waardering van de vaste activa hebben geleid.

In het resultaat over het boekjaar is een belastingbate van € 51,6 miljoen opgenomen. Deze bate is met name toe te rekenen aan de geleidelijke verlaging van het toekomstige vennootschapsbelastingtarief in Duitsland, hetgeen heeft geleid tot een lagere waardering van onze latente belastingverplichtingen. Daarnaast hebben investeringen in de energietransitie geleid tot aanvullende fiscale voordelen evenals de toepassing van voorwaartse verliesverrekening. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar noot 10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen’, noot 20 ‘Uitgestelde belastingverplichtingen’ en noot 36 ‘Belastingen’.

Gevolgen klimaat- en energietransitie

Gasunie heeft een belangrijke rol in de Noordwest-Europese energiemarkt. We beheren, onderhouden en ontwikkelen infrastructuur voor grootschalig transport, opslag en conversie van energie. Waar onze infrastructuur voorheen gericht was op het transport en de opslag van aardgas verschuift onze focus met de energietransitie steeds meer naar afvang en opslag van CO2 (carbon capture & storage, ofwel CCS), waterstoftransport en -opslag en de aanleg en het beheer van een warmtetransportnetwerk. Deze projecten zijn essentieel voor een geïntegreerd en toekomstbestendig energiesysteem.

De energietransitie en de geopolitieke situatie vragen daarnaast om extra aandacht voor de betrouwbaarheid van onze infrastructuur. We versterken de weerbaarheid en leveringszekerheid van onze infrastructuur door onderhouds- en vervangingsprogramma’s en daarnaast door investeringen in flexibiliteit, zoals het vergroten van de LNG-capaciteit.

De energietransitie beïnvloedt tevens de toekomstige benutting van onze aardgasinfrastructuur. We streven ernaar om in 2045 over het geheel van onze eigen emissies netto nihil te zijn. Dit betekent dat onze bedrijfsactiviteiten, na eventuele vergroening door middel van certificaten, per saldo geen netto-emissies meer veroorzaken.

In onze Visie 2040 onderscheiden we vier waardeketens die richting geven aan de toekomstige inzet en ontwikkeling van onze infrastructuur: 

  • Methaan: In 2040 is ons voornemen dat ons netwerk, de terminals en de opslagen (bio)methaan, (bio-)LNG en e-methaan faciliteren. Het gebruik van aardgas neemt geleidelijk af, maar blijft noodzakelijk. CCS blijft naar verwachting binnen deze waardeketen een belangrijke rol spelen.
  • Waterstof: In 2040 verwachten we te beschikken over een groot waterstofnetwerk in Nederland en Duitsland, aangevuld met opslagmogelijkheden in zoutcavernes en importterminals in Rotterdam en Eemshaven.
  • CO2: Samen met partners voorzien we in 2040 een infrastructuur voor transport en de opslag van CO2, inclusief import- en exportterminals.
  • Warmte: In 2040 zien we voor ons dat we twee tot drie grootschalige warmtenetten exploiteren ter verduurzaming van woningen en bedrijven.

Gasunie gelooft in een duurzame toekomst met een uitgebalanceerde energiemix en een blijvende rol voor gassen die afkomstig zijn uit verschillende bronnen. Onze activa spelen hierin naar verwachting een belangrijke rol. Onzekerheden over toekomstige ontwikkelingen maken dat we in onze jaarrekening bepaalde aannames hebben gedaan en gebruik hebben gemaakt van schattingen. Dit betreft onder meer aannames over de levensduur van ons netwerk en de bijbehorende afschrijvingsmethoden en -termijnen. Deze kunnen korter of langer zijn dan we nu inschatten, onder meer afhankelijk van welke activa we kunnen hergebruiken voor alternatieve aanwending en afhankelijk van het moment van uitfasering van het transport van aardgas. In noot 4 ‘Materiële vaste activa’ lichten we dit nader toe. Voornoemde ontwikkelingen kunnen ook gevolgen hebben voor de hoogte van de voorziening voor opruimkosten. Afhankelijk van welke activa we kunnen hergebruiken, kan het zijn dat we meer of minder activa gaan opruimen dan we nu verwachten. In noot 22 ‘Overige voorzieningen’ lichten we dit nader toe.

In ons directieverslag lichten we onze activiteiten op het gebied van de energietransitie gedetailleerd toe.

Dividenduitkering 

In overleg met onze enige aandeelhouder, de Staat der Nederlanden, is afgesproken dat over de boekjaren 2024-2026 geen dividenduitkeringen hoeven plaats te vinden.