Spring naar inhoud

Energietransitie

Energietransitie

Door fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas te verbranden, produceert de mensheid grote hoeveelheden broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde. De gevolgen van deze opwarming hebben een negatieve invloed op veel verschillende aspecten van ons leven. Door het overschakelen naar duurzame energiebronnen en het opslaan van afgevangen CO2 kunnen we de opwarming van de aarde afzwakken. De Europese Unie heeft zich als doel gesteld in 2030 55% minder broeikasgassen te stoten dan in 1990, als stap richting klimaatneutraliteit in het jaar 2050.

Impacts, risico’s en kansen

Met onze infrastructuur en kennis willen we de gebruikers van onze netten in staat stellen om de transitie naar emissievrije energie te maken. Dit levert voor Gasunie vanuit de dubbele materialiteitsanalyse de volgende impacts, risico’s en kansen op:

Nr. ESRS Materieel thema - ESRS IRO
11 ES Energietransitie Huidige positieve impact: Door toegang te bieden tot energie en/of CCS met netto-nul uitstoot van broeikasgassen helpen we downstream partijen hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de opwarming van de aarde af te remmen en terug te draaien. ​
12 ES Energietransitie Risico: Door toegang te verschaffen tot schone energie en/of CCS daalt op termijn de behoefte aan diensten voor de import, de opslag en het transport van aardgas, terwijl deze op dit moment de grootste inkomstenbron van Gasunie vormen. Het wordt erg moeilijk voor Gasunie om deze nieuwe inkomstenbron (schone energie/CCS) even winstgevend te maken als aardgas. ​
13 ES Energietransitie Risico: Het toekomstige inkomstenpotentieel van Gasunie vanwege de verminderde vraag naar diensten voor energietransport, veroorzaakt door het vertrek van energie-intensieve industrieën (deïndustrialisatie) uit het netwerk van Gasunie.
14 ES Energietransitie Kans: De maatschappelijke transitie naar energie met netto-nul uitstoot van broeikasgassen creëert behoefte aan meer transportinfrastructuur, opslag en terminals voor groen gas, waterstof, warmte, CO2/CCS, zowel op land als op zee, en biedt Gasunie zo nieuwe kansen op de markt en nieuwe financiële kansen. ​
15 ES Energietransitie Risico: Gasunie gaat grote investeringen doen in infrastructuurprojecten voor hernieuwbare energie om de doelstellingen voor de energietransitie te behalen. De lange aanlooptijden en andere hindernissen bij deze complexe projecten kunnen leiden tot kostenoverschrijding, wat weer de aantasting van de algemene solvabiliteit van het bedrijf tot gevolg kan hebben. Dat kan op zijn beurt leiden tot discussies met de aandeelhouder, bezuinigingen, uitstel of pauzering van projecten voor de energietransitie. ​
16 ES Energietransitie Risico: Het risico bestaat dat het tempo waarmee Gasunie nieuwe energieprojecten ontwikkelt en implementeert – zoals waterstofinfrastructuur of oplossingen voor hernieuwbaar gas – niet aansluit op de veranderende maatschappelijke verwachtingen. Het idee kan ontstaan dat de organisatie te langzaam gaat. Aan de andere kant kan te snel gaan zonder voldoende maatschappelijk draagvlak of begrip leiden tot weerstand. Deze discrepantie kan de maatschappelijke licence to operate van Gasunie in gevaar brengen en het vertrouwen van onze stakeholders ernstig aantasten. Het kan ook betekenen dat we uiteindelijk de verkeerde infrastructuur aanleggen en de samenleving opzadelen met hoge kosten. ​

Beleid

Gasunie verkeert in een goede positie om de energietransitie aan te jagen. We verwachten dat duurzame gassen naast elektriciteit essentieel zijn voor de toekomst van onze samenleving. Door duurzame gassen, warmte en CO2-opslag een volwaardige rol te geven in de energietransitie, wordt deze goedkoper en verloopt deze vlotter. In 2050 bestaat de energiemix van de samenleving (finale eindconsumptie) voor 40% tot 60% uit duurzame moleculen, zo verwachten we.

We bouwen daarom aan een breed portfolio van projecten voor transport, opslag en voor waterstof en afgevangen CO2, aangevuld met projecten voor warmtetransport en invoeding van groen gas. De eerste projecten zijn inmiddels in aanbouw. We passen ons investeringsportfolio regelmatig aan op marktaanbod en marktvraag en op de lengte van de vergunningentrajecten.

Door de energietransitie gaat in de loop van de komende decennia de behoefte aan aardgasimport-, -opslag- en -transportdiensten, de huidige inkomstenbron van Gasunie, veranderen.

We verwachten dat een significant deel van de nieuwe energie-transportsystemen die we bouwen, direct of na verloop van tijd een vorm van regulering krijgen. Wij ondersteunen dit omdat dit bepaalde zekerheden geeft voor alle marktpartijen en de energietransitie waarschijnlijk verder kan versnellen. Evenwel, ons doel is dat de nieuwe systemen duurzaam en winstgevend zijn in hetzij een gereguleerde of een niet-gereguleerde omgeving, en in alle gevallen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie en het klimaat. Van infrastructuur die niet onder (tarief)regulering komt te vallen, verminderen we het exploitatierisico door te streven naar het afsluiten van langlopende contracten.

Verwachte mate van regulering van het toekomstige activiteitenportfolio van Gasunie

Actieplannen

CO2 (KT/MT/LT)

Gasunie helpt de industrie te verduurzamen met CO2-opslag en -transport. Voor industrieën die niet van vandaag op morgen kunnen overstappen op schone energie, is dit een manier om nú al uitstoot te verminderen. Zonder CO2-opslag kunnen industrieën niet verduurzamen en komt de toekomst van de industrie in Nederland en Noordwest-Europa onder druk te staan. 

CO2-opslag verbindt verduurzaming met betaalbaarheid. Het geeft bedrijven de ruimte om in Nederland te blijven en stap voor stap over te stappen op schone energie. Met een goed CO2-netwerk kunnen banen in de industrie, kennis en innovatie behouden blijven. 

Gasunie verbindt haar zestig jaar ervaring in energie-infrastructuur met nieuwe oplossingen voor CO2-transport en -opslag. Onder de Noordzee liggen lege gasvelden die veilig kunnen worden gebruikt. Zo verbinden we industrieën op het vasteland met opslagruimte op zee, ook voor CO2 uit buurlanden. Projecten als Porthos laten zien hoe deze verbinding in de praktijk werkt en maken duidelijkheid en zekerheid mogelijk voor bedrijven om te blijven investeren. 

Ook op de lange termijn blijft CO2-opslag belangrijk. Door nieuwe technieken kan CO2 zelfs uit de lucht of uit zeewater worden gehaald. Zo verbindt Gasunie oplossingen voor vandaag met de duurzame industrie van morgen.

Gasunie werkt, met partners, aan meerdere concrete en grote projecten om afgevangen CO2 te transporteren naar opslaglocaties: Porthos, Aramis, CO2next, Delta Rhine Corridor (DRC) en Delta Schelde CO2nnection (DSC). Allemaal hebben ze een duidelijke link met het Rotterdamse havengebied en allemaal spelen ze een grote rol bij het halen van de Nederlandse klimaatdoelen. 

De sleutel tot succes is het verlagen van de volledig geïntegreerde kosten van CCS over de gehele waardeketen: van afvang tot transport en opslag. Er moet meer gebeuren; meer innovatie is nodig en er moeten nieuwe technologieën worden ontwikkeld om deze kosten te reduceren. Dit is een verantwoordelijkheid van zowel de industrie als de overheid. Gasunie stimuleert deze innovaties en verdere samenwerking tussen industrie, technologieaanbieders, kennisinstellingen en overheid.

Onze projecten
Project (Verwachte) investerings-beslissingsjaar Verwachte oplevertermijn Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2030 Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2035
Porthos 2023 KT 6,1 MTon 17,7 MTon
Aramis 2027 MT
CO₂next 2027 MT
Delta Rhine Corridor west 2030 LT
Delta Schelde CO₂nnection 2031 LT
Porthos

Porthos is een initiatief van Gasunie, EBN en Havenbedrijf Rotterdam. Porthos gaat ongeveer 2,5 Mton per jaar opslaan gedurende 15 jaar, tot een totaal van ongeveer 37 Mton. Dat betekent dat de Rotterdamse havenindustrie straks ongeveer 10% minder CO2-uitstoot. Porthos-klanten Shell, ExxonMobil, Air Liquide en Air Products gaan CO2 leveren aan de 30 kilometer lange open-access pijpleiding die straks door het Rotterdamse havengebied loopt.

De CO2 wordt straks via de offshore-pijpleiding getransporteerd naar een voormalig gasproductieplatform in de Noordzee dat ongeveer 20 kilometer van de kust ligt. Vanaf dit platform wordt de CO2 naar uitgeputte gasvelden gepompt. Deze bevinden zich in een afgesloten ruimte van poreus zandsteen op meer dan 3 kilometer onder de Noordzee.

In mei nam Porthos het P18-A gasproductieplatform formeel over van TAQA en is TAQA begonnen met de ombouw van het platform. In juli zijn de laatste meters van de offshore leiding gelegd. In mei werd deze leiding onder de zeewering door aan land gebracht. We verwachten op dit moment dat Porthos in 2026 operationeel wordt.

Aramis

Aramis is een vergelijkbaar project als Porthos maar krijgt een verwerkingscapaciteit van 22 Mton per jaar. Hiermee wordt Aramis een van de grootste CCS-projecten in Noordwest-Europa. Aramis kan gebruik maken van nog beschikbare ruimte in de Porthosleiding op land. De landleiding van Porthos kan tot 10 Mton per jaar transporteren.

Het Aramis-project is een samenwerking tussen TotalEnergies, Shell, EBN en Gasunie. In april 2025 namen Gasunie en EBN in grotere mate regie over de verdere ontwikkeling van de Aramis. TotalEnergies en Shell blijven tot de definitieve investeringsbeslissing betrokken als partners en dragen essentiële technische kennis en expertise bij om het project te helpen realiseren. Hierna komt het eigenaarschap van de Aramis-infrastructuur (pijpleiding en distributieplatform) volledig in handen van Gasunie en EBN. Anders dan bij het Porthos-project wordt Gasunie geen mede-eigenaar van de opslagfaciliteit.

Tegen het Aramis-projectbesluit en een aantal Aramis-uitvoeringsbesluiten is in 2025 door één partij beroep aangetekend bij de Raad van State. Hierdoor verschuift de datum voor het nemen van een definitief investeringsbesluit waarschijnlijk van 2026 naar 2027. Om dit te voorkomen is een tijdige uitspraak in de eerste helft van 2026 van essentieel belang. Bij verder uitstel kan Aramis niet meer bijdragen aan het Nederlandse nationale CO2-reductiedoel voor het jaar 2030.

CO2next

De terminal van CO2next in de Rotterdamse haven kan straks vloeibare CO2 per schip of trein ontvangen van klanten die niet op een pijpleiding zijn aangesloten. CO2next wordt een hub die toegankelijk wordt voor alle industrie die CO2 uitstoot en deze aan wil leveren voor permanente opslag in de lege gasvelden onder de Noordzee (CCS) of (in de verdere toekomst) voor hergebruik van CO2. CO2next wordt ontwikkeld door Gasunie, Vopak, Shell en TotalEnergies. 

DRC

Delta Rhine Corridor (DRC) is een internationaal publiek-privaat energie-infrastructuurproject dat transport van CO2 en waterstof mogelijk maakt tussen Nederland en Duitsland. De verbinding draagt bij aan de verduurzaming en behoud van de Noordwest-Europese industrie, het versterken van de internationale samenwerking en het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur. DRC West richt zich op een CO2-leiding en een waterstofleiding van Rotterdam tot Boxtel, terwijl DRC Oost in een CO2-leiding voorziet van Boxtel tot aan de Duitse grens bij Venlo.

DRC bevond zich in 2025 in de projectprocedurefase. Voor het westelijke deel van de DRC werden in september de documenten gepubliceerd die de basis vormen voor inspraak en participatie door belanghebbenden, waaronder bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Met deze lokale kennis kan het project naar verwachting verder worden geoptimaliseerd.

DSC

De Delta Schelde CO2nnection (DSC) is een CO2-infrastructuurproject voor afgevangen CO2 van industrieclusters in Zuidwest-Brabant en Antwerpen. De infrastructuur loopt vanaf de Belgische grens richting de regio Moerdijk en moet daar aansluiten op de Delta Rhine Corridor.

In 2025 hebben meerdere marktpartijen een Letter of Intent getekend voor toekomstig gebruik van de DSC en is de projectprocedure opgestart. De Delta Schelde CO2nnection is opgenomen als project in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Ook heeft DSC de PCI (Project of Common Interest)-status. In het voorjaar van 2025 is de onderliggende door het Rijk gecoördineerde projectprocedure opgestart en wordt er gewerkt naar een gecombineerde publicatie van het Voornemen en Participatie en de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau in 2026. 

De DSC is onderdeel van het CO2-netwerk van Gasunie en in dit netwerk wordt rekening gehouden met toekomstige aansluitingen van andere industrieclusters zoals bijvoorbeeld Zeeland.

Waterstof (KT/MT/LT)

Waterstof is onmisbaar voor een toekomst met schone energie. Duurzame energie uit wind en zon kunnen we omzetten in waterstof. Waterstof kunnen we makkelijk opslaan en transporteren. Zo kunnen we elektriciteitscentrales en de industrie laten draaien op waterstof wanneer de wind niet waait en de zon niet schijnt. En maakt waterstof ons energiesysteem flexibeler en betrouwbaarder.

Voor grote industrie en energiecentrales is waterstof een van de oplossingen om CO2-uitstoot te verminderen. Gasunie verbindt deze sectoren met de energie die ze nodig hebben om te verduurzamen. Zo kan waterstof, en andere technologie zoals CO2-opslag, de industrie helpen met stoppen met aardgas. En kunnen deze bedrijven makkelijker in Nederland blijven.

Waterstof kan veilig ondergronds worden opgeslagen, bijvoorbeeld in projecten zoals HyStock. Eén caverne kan net zoveel energie opslaan als 2,5 miljoen batterijen. Zo verbinden we opslagcapaciteit direct met de plekken waar energie nodig is, en creëren we zekerheid wanneer er minder energie beschikbaar is.

Sinds 2018 transporteert Gasunie waterstof en steeds meer projecten vormen de basis voor een landelijk netwerk. Uiterlijk in 2033 zijn de vijf grote industrieclusters en het buitenland via dit netwerk met elkaar verbonden. Het grootste deel van de infrastructuur bestaat uit hergebruikte aardgasleidingen, waarmee we ervaring, bestaande netwerken en toekomstbestendige energie slim met elkaar verbinden.

We leggen niet alleen infrastructuur aan. We hebben ook een rol als marktontwikkelaar, door structurele gesprekken te voeren met potentiële producenten en afnemers van waterstof in Nederland en Duitsland, door knelpunten te identificeren in regelgeving, kosten en timing en door de marktvraag te vertalen naar gefaseerde infrastructuurontwikkeling. We werken daarbij samen met andere staatsdeelnemingen; ministeries buitenlandse overheden en industriële partners om importketens, grensoverschrijdende netten en opslag mogelijk te maken.

Onze projecten
Project (Verwachte) investerings-beslissingsjaar Verwachte oplevertermijn Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2030 Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2035
Waterstofnetwerk Rotterdam 2023 KT 0,5 MT 1,9 MT
Waterstofnetwerk Noord-Nederland, inclusief verbinding met HyStock en Duitsland 2026-2027 MT
Waterstofnetwerk Noordwest 2027 MT
HyStock (1e caverne) 2027 MT
Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland, inclusief verbinding met België 2027-2028 MT
Waterstofnetwerk Oost-Nederland 2028-2029 LT
DRC West 2028-2029 LT
Waterstofnetwerk West-Nederland 2027-2028 LT
Waterstofnetwerk Limburg 2027-2029 LT
Project (Verwachte) investerings-beslissingsjaar Verwachte oplevertermijn Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2030 Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2035
Hyperlink-1 2024 MT 1,3 MT 3,0 MT
Hyperlink-2 2026 MT
Hyperlink-3 2027 MT
Hyperlink-4 (Nord) 2026 MT
Hyperlink-4 (Süd) 2031 LT
Hyperlink-5 2029 LT
Netwerk Nederland

De aanleg van het landelijke waterstofnetwerk bevond zich in 2025 in diverse stadia van ontwikkeling. Het 32 kilometer lange Waterstofnetwerk Rotterdam is het verst gevorderd en wordt naar verwachting in de eerste helft van 2026 opgeleverd.

Na Rotterdam zijn de tracés in Noord-Nederland (Waterstofnetwerk Groningen, Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel en Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied) het verst in ontwikkeling, gevolgd door Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland (Zeeland en West-Brabant) en Waterstofnetwerk Oost-Nederland (Overijssel/Gelderland/Noord-Brabant). Dit oostelijke deel van het landelijke waterstofnetwerk gaat voor 100% uit herbruikbare leidingen bestaan. 

Hierna volgen Waterstofnetwerk West-Nederland (Zuid-Holland) en DRC West. DRC West staat voor het westelijke deel van de Delta Rhine Corridor en richt zich op waterstof- en CO2-leidingen van Rotterdam tot Boxtel. Waterstofnetwerk Limburg en de IJsselmeerroute vormen de slotprojecten van het uitrolplan, dat we uitgebreid toelichten op de website van Hynetwork.

In december publiceerde de Algemene Rekenkamer een rapport over het landelijke waterstofnetwerk. Het rapport zegt dat de minister van KGG heeft aangetoond dat een waterstofinfrastructuur nuttig en noodzakelijk is om Nederland in 2050 klimaatneutraal te laten zijn. Het rapport bevestigt wat wij ook in de praktijk ervaren: dat projecten van deze omvang en innovatiegraad nieuw, complex en uitdagend zijn. Over de financiering van de kosten van het netwerk in de eerste jaren na oplevering zijn we constructief in gesprek met onze aandeelhouder, het ministerie van KGG, de toezichthouder en de markt, om te zorgen voor stabiele en betaalbare transporttarieven.

Netwerk Duitsland

Samen met andere Duitse gastransportnetbeheerders bouwt Gasunie aan het hoofdtransportnet voor waterstof, het Kernnetz, dat ongeveer 9.000 kilometer lang wordt. De Noordwest-Duitse delen van Kernnetz, ongeveer 1.000 kilometer lang, worden gebouwd door Gasunie Deutschland onder de naam Hyperlink.

Door Hyperlink wordt waterstoftransport mogelijk van de Nederlandse en Deense grens naar vraagcentra in Duitsland zoals de regio Hamburg, de regio Bremen, de staalfabriek Salzgitter en richting het belangrijke industriecluster Leuna. Hyperlink gaat bestaan uit ongeveer 70% hergebruikte bestaande pijpleidingen en 30% nieuw geïnstalleerde pijpleidingen.

We hebben ons in 2025 vooral gericht op de aanleg (ombouw) van het tracé Hyperlink-1 tussen de Nederlands-Duitse grens en Hamburg. Daarna wordt de conversie voortgezet binnen Hyperlink-2 en samen met nieuwbouw om onder andere de levering van waterstof voor de staalfabriek Salzgitter vanaf Achim te realiseren en het industriecluster van Leuna te ontsluiten.

In 2025 heeft toezichthouder BNetzA een aantal regelgevende besluiten gepubliceerd of aangekondigd met betrekking tot de toekomstige regulering voor waterstoftransport in Duitsland. GUD neemt samen met andere Duitse netbeheerders deel aan de bijbehorende consultatieprocessen. 

De ontwikkeling van de marktvraag blijft momenteel achter bij de oorspronkelijke verwachtingen ten tijde van de goedkeuring van het Kernnetz. In het volgende Netzentwicklungsplan (netwerkontwikkelingsplan) voor aardgas en waterstof waaraan de gezamenlijke netbeheerders werken, wordt met deze marktontwikkelingen rekening gehouden. Daarnaast worden er ook verschillende andere scenario’s doorgerekend.

Import

Gasunie werkt aan terminals voor de import van waterstofdragers, bijvoorbeeld in het Rotterdamse ACE Terminal-project, omdat de verwachte vraag naar waterstof in Nederland en Noordwest-Europa groter wordt dan de verwachte lokale productie. Daarnaast gaat de import een belangrijke bijdrage leveren aan de betaalbaarheid en leveringszekerheid van onze energievoorziening. Hierbij kijken we onder andere naar de Rotterdamse haven en de Eemshaven. Deze en andere zeehavens in Nederland en Duitsland worden in de toekomst door het waterstofnetwerk verbonden met de industriële clusters, de waterstofopslagen en met de markt in Noordwest-Europa en zijn daarom bij uitstek geschikt voor het importeren van waterstofdragers.

Het opzetten van internationale waterstofketens is complex en vraagt veel publiek/private samenwerking. Daarom onderzoeken Gasunie en andere staatsdeelnemingen, in samenwerking met de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Buitenlandse Zaken, mogelijkheden tot vruchtbare samenwerking met partijen en overheden in het buitenland. Voor de komende jaren koersen we op deelname aan meerdere internationale samenwerkingsverbanden.

Opslag

Voor een goed functionerende waterstofmarkt is grootschalige opslag van waterstof cruciaal. Dat is in 2025 opnieuw bevestigd vanuit het ministerie van Klimaat en Groene Groei (verder: KGG) in de Nationale Agenda Ondergrondse Waterstofopslag. In Nederland werkt Gasunie aan ondergrondse waterstofopslag in Zuidwending in het project HyStock. Hiervoor heeft de minister van KGG in augustus 2025 het definitieve Voorkeursalternatief gepubliceerd.

In Etzel, Duitsland, werken Gasunie en Storag Etzel samen aan het pilotproject H2CAST, waarbij waterstofopslag in twee kleine bestaande cavernes wordt getest. De bouw van de bovengrondse installatie is inmiddels in volle gang en de cavernes worden gevuld met 90 ton waterstof. In 2026 starten we met uitvoering van het testprogramma voor de installatie.

De komende jaren werken we, in nauw contact met de omgeving, verder aan de waterstofopslag in Zuidwending en onderzoeken we alternatieven voor opslag in andere regio’s in Nederland en in Duitsland.

Offshore

In 2025 heeft de Nederlandse overheid in het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee het doel voor windenergie op zee verlaagd van 50 naar 30-40 GW capaciteit in 2040. Dit heeft gevolgen voor de timing en schaal van waterstofproductie op zee. De aanpassing heeft de snelheid waarmee Gasunie zich voorbereidt op het ontwikkelen van een waterstofnetwerk op zee sterk vertraagd.

Om de klimaatdoelen te halen, blijft offshore waterstof een onderdeel van de energietransitie. De waarde van systeemintegratie blijft wat ons betreft onverminderd groot. Die begint op land maar wordt bij toenemende energieproductie op zee ook daar steeds belangrijker. Gasunie werkt met andere netwerkbeheerders in landen rond de Noordzee onder de naam HyNos samen om in de toekomst een internationaal offshore waterstofwerk te kunnen realiseren.

De ecologische draagkracht van de Noordzee blijft een belangrijk thema. Waar dat passend is, willen we straks bestaande infrastructuur hergebruiken. We zorgen dat opgedane kennis over natuur-inclusieve infrastructuur beschikbaar blijft en benut wordt bij toekomstige ontwikkelingen. Door studies en systeemintegratie bouwen we kennis op. Zo zorgen we ervoor dat de benodigde infrastructuur op zee op tijd straks gerealiseerd kan worden, in lijn met het tempo waarop de overheid en windontwikkelaars willen starten met de productie van waterstof op zee.

Warmte (MT)

Warmtenetten hebben op specifieke plekken, namelijk in dichtbevolkte wijken, voordelen als betaalbare verduurzamingsoptie. 

Warmtenetten zorgen voor een win-winsituatie omdat ze ervoor zorgen dat we het elektriciteitsnet minder belasten en omdat restwarmte van bijvoorbeeld de industrie een nuttige bestemming krijgt. Onze warmte-infrastructuur wordt ook toegankelijk voor exploitanten van geothermiebronnen. 

Als publieke, onafhankelijke partij brengt Gasunie belangen samen, vertaalt plannen naar uitvoerbare oplossingen en zorgt voor een betrouwbare warmteinfrastructuur waar iedereen op kan bouwen.

Onze projecten
Project (Verwachte) investerings-beslissingsjaar Verwachte oplevertermijn Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2030 Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2035
WarmtelinQ tracé Vlaardingen-Den Haag 2021 MT 0,1 MT 0,2 MT
WarmtelinQ tracé Vondelingenplaat-Vlaardingen 2024 MT
WarmtelinQ tracé Rijswijk-Leiden 2023 MT

Gasunie heeft in 2025 uitgebreid gekeken naar de reikwijdte, de planning en het budget van het WarmtelinQ-project. Die drie stonden onder druk door onder meer de hoge inflatie en marktomstandigheden. We hebben uitgezocht wat er nodig is om het project toch volledig te realiseren en zijn hieronder in overleg met het ministerie van Financiën.

In de ontwikkeling en aanleg van WarmtelinQ zijn in 2025 belangrijke stappen gezet. De aanleg van het tracé Vondelingenplaat-Vlaardingen loopt volgens plan. Op het tracé Vlaardingen-Den Haag lagen eind 2025 zo goed als alle leidingdelen in de grond, in 2026 vinden naar verwachting de laatste werkzaamheden plaats. In het najaar van 2025 leverde aannemer Hanab pompstation Delft op aan WarmtelinQ. Voor het tracé Rijswijk-Leiden zijn de voorbereidende werkzaamheden gestart. In Leiden werken WarmtelinQ en Vattenfall samen aan de bouw van een piek- en back-up installatie. Deze zorgt voor extra capaciteit bij piekvraag, back-up bij storingen of onderhoud, en warmteopslag in een grote tank van 35 meter hoog.

Met de warmte die WarmtelinQ straks transporteert vanuit de Rotterdamse haven naar Den Haag en Leiden kunnen 120.000 woningen duurzaam verwarmd worden, wat 123 miljoen m3 aardgas per jaar bespaart. WarmtelinQ is daarmee te vergelijken met 1.100 voetbalvelden aan zonnepanelen (740 hectare) of met 100 moderne grote onshore windmolens.

Groen gas (MT)

De overstap op duurzame energie is een grote klus. Gasunie verbindt vandaag met morgen door te zorgen dat Nederland voldoende energie heeft en de energietransitie haalbaar blijft. Groen gas helpt om deze overstap op de korte termijn makkelijker mogelijk te maken. 

Groen gas wordt gemaakt van restproducten, zoals overgebleven voedsel uit de supermarkt of restafval uit de landbouw. Gasunie verbindt deze duurzame energie met toepassingen in woningen en vervoer, bijvoorbeeld als brandstof voor vrachtwagens of voor industriële processen. 

Groen gas is nu al beschikbaar, niet pas over vijf of tien jaar. Gasunie kan het direct verspreiden via het bestaande netwerk. Zo verbinden we energie van eigen bodem met huishoudens en industrie, maken we Nederland minder afhankelijk van buitenlandse energie en helpen we bedrijven makkelijker te verduurzamen. 

Groen gas kan eenvoudig worden verspreid en opgeslagen via het bestaande gasnetwerk. Daarmee ontlasten we het volle elektriciteitsnet en verbinden we verschillende energiebronnen tot één betrouwbaar systeem. Zo is er energie beschikbaar, ook als de zon niet schijnt of de wind niet waait. 

Met groen gas kan iedereen meedoen aan de energietransitie. Gasunie verbindt schone energie met huizen en bedrijven die anders moeilijk kunnen verduurzamen, bijvoorbeeld oude monumentale panden of woningen waar een warmtepomp niet haalbaar is. Groen gas maakt het mogelijk om overal in Nederland duurzaam te verwarmen, betaalbaar en betrouwbaar.

Klimaatakkoord

Nederland heeft zich in het Klimaatakkoord tot doel gesteld om vanaf 2030 jaarlijks 2 miljard m3 (2 bcm) groen gas te produceren. Momenteel is dat ongeveer 0,22 bcm. Gasunie ziet veel kansen voor opschaling van groengasproductie door marktpartijen en wil helpen door het invoeden van groen gas in het Gasunie-netwerk mogelijk te maken. Het installeren van groengasboosters kan een oplossing bieden door het groene gas uit het regionale net op de juiste druk te brengen voor het landelijke net.

Verder helpt Gasunie bij het ontwikkelen van vergassingstechnologie die nodig is om grotere volumes groen gas te maken. Gasunie is hiervoor actief in een tweetal projecten, Eemsgas en SKW Alkmaar. Daarnaast ondersteunt Gasunie de sector door het certificeren van groen gas en door actief te participeren in het Platform Groen Gas en de European Biogas Association.

Bijmengverplichting

Vanaf 2027 komt er voor energieleveranciers mogelijk een bijmengverplichting voor groen gas. We zijn voorstander van deze vraagstimulering omdat het volgens ons een belangrijke stap is richting een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem.

Netwerkaanpassingen

GTS heeft in 2025 in Delfzijl een aansluiting gerealiseerd voor een grote producent van groen gas. Daarnaast is er hard gewerkt aan transportabele groengasboosters. Deze boosters kunnen seizoenafhankelijk overschotten aan groen gas in het distributienetwerk verplaatsen richting het regionale transportnet (RTL) van GTS. De boosters worden in 2026 geplaatst op locaties in Tilburg en Mill. Ook het RTL-netwerk van Ossendrecht en Axel wordt in 2026 gekoppeld om te zorgen voor een afstroming van Zeeuws-Vlaanderen naar Brabant.

Onze projecten
Project (Verwachte) investerings-beslissingsjaar Geplande oplevertermijn Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2030 Totale CO₂-emissiereductie die we hiermee mogelijk maken in 2035
Verzamelleiding Emmen-Ommen 2021 KT 1,1 MT 2,6 MT
Verzamelleiding Zuidwal 2026 MT
Eemsgas n.n.b. n.n.b.
SKW Alkmaar 2016 n.n.b.
Verzamelleidingen

Gasunie werkt aan twee projecten om een 60 kilometer lange aardgasleiding geschikt te maken als groengasverzamelleiding. Op deze leidingen kunnen de distributienetbeheerders groen gas transporteren op een druk lager dan 8 bar. Gasunie plaatst aan het eind van de verzamelleiding een centrale compressor waarmee gas direct in het hogedruk-transportnet (HTL) van GTS wordt gepompt. De verzamelleiding tussen Emmen en Ommen wordt in 2026 (aanvankelijk: 2025) in gebruik genomen. Op deze leiding gaan de distributiebedrijven Rendo (omgeving Coevorden en Hoogeveen), Coteq (omgeving Hardenberg) en Enexis (Emmen) groen gas afstromen. De oplevering van de verzamelleiding Zuidwal tussen Harlingen en Kootsterstille staat gepland voor begin 2028 en gaat gebruikt worden door Liander (omgeving Harlingen en Leeuwarden) en Stedin (omgeving Garijp).

Eemsgas

In 2025 heeft Eemsgas Asset Company (een joint-venture van Gasunie New Energy en Perpetual Next) verder gewerkt aan de doorontwikkeling van Eemsgas; een commerciële vergassingsinstallatie in Delfzijl. Eind 2025 is de DEI+-subsidie toegekend voor een bedrag van € 30 miljoen. Voor Gasunie is de subsidietoekenning een bevestiging dat het project technisch en maatschappelijk potentieel heeft en een bijdrage kan gaan leveren aan de bijmengverplichting voor groen gas die mogelijk per 2027 ingaat. Eemsgas verwacht in 2026 te kunnen starten met de FEED-studie. Dit brengt het moment van de investeringsbeslissing weer dichterbij. Het doel van Eemsgas is het leveren van groen gas aan het lokale aardgasnetwerk en stoom aan het lokale stoomnetwerk.

SKW Alkmaar

In 2025 hebben we verder gewerkt aan de robuustheid van SKW-installatie in Alkmaar door aanpassingen door te voeren in het ontwerp en daarna testen te doen. Hiermee hebben we zo’n 17.914 m3 syngas geproduceerd. In 2026 worden de testen vervolgd en verwachten we ook weer extra groen gas te kunnen produceren via de technologie van superkritische watervergassing.

Gasunie Deutschland

Gasunie Deutschland ontving in 2025 meerdere aanvragen van groengasproducenten om hun installaties aan te sluiten op het hogedruknet. Door de aflopende subsidies voor de elektriciteitsproductie van biogas gaan producenten op zoek naar alternatieve afzetmogelijkheden. Gasunie Deutschland is wettelijk verplicht om groengasinstallaties aan te sluiten, mits technisch haalbaar. We verwachten dat het aantal nieuwe aanvragen voor netaansluitingen gaat afnemen door voorgenomen wijzigingen in de nettoegangswet.

Wanneer een biogasaansluiting zich in de nabijheid van een ondergrondse gasopslag bevindt, moet een zuurstofverwijderingsinstallatie worden toegevoegd. Dit brengt ontwerpuitdagingen met zich mee. Daarbij zijn de totale kosten voor biosgasaansluitingen sterk gestegen ten opzichte van eerdere projecten. Dit is deels te wijten aan de extra investering in zuurstofverwijderingsinstallaties. Alle kosten voor biogasaansluitingen worden bij de markt via een heffing in rekening gebracht.

In Duitsland waren er eind 2025 in totaal vijf biogasinstallaties met een rechtstreekse aansluiting op ons hogedruknet. Daarnaast hebben we vier biogas-injectieprojecten in uitvoering en waren er eind 2025 drie aansluitverzoeken.

Middelen

De totale netto-investeringsagenda van Gasunie van 2026 tot en met 2030 loopt volgens onze basisscenario-inschatting op tot ongeveer € 10,5 miljard. Daarvan vloeit ongeveer drie kwart naar energietransitie-projecten. Momenteel brengen we in kaart wat onze verwachte investeringsuitgaven in de jaren na 2030 worden.

Onze prognoses

Nederland wil in 2050 netto geen CO2 meer uitstoten. De gebruikers van de netten van Gasunie leveren hier een grote bijdrage aan. Door gebruik te maken van de nieuwe infrastructuur die Gasunie dit decennium aanlegt: voor het transport en opslag van afgevangen CO2, waterstof en warmte en doordat we steeds meer groen gas gaan vervoeren door onze bestaande energienetten.

Sinds 2021 maken we jaarlijks een berekening over hoeveel megaton (Mton) per jaar het gaat. Dit zijn geen doelen waar we onszelf op afrekenen, daarvoor is de energietransitie een te complex proces met te veel factoren die we niet kunnen beïnvloeden. Het zijn wel prognoses, ofwel onze meest actuele inschattingen van wat we gaan realiseren gezien de huidige stand van vergunningenprocedures, de beschikbaarheid van mensen en materialen en de vraag vanuit de markt. 

Bij het maken van onze berekeningen hebben we sinds 2021 telkens 2030 als horizon gehanteerd. Op die manier konden we de energietransitie-projecten meenemen die we sinds het vaststellen van onze transitie-strategie in 2020 (‘van gastransportbedrijf naar energie-infrastructuuronderneming’) concreet voor ogen hadden. 

In het jaarverslag over 2025 kijken we zowel naar 2030 als naar 2035. We kijken (nog) niet vooruit naar 2040, omdat de uitkomsten dan te onzeker worden.

De megatonnen emissiereductie die we tot 2030 en 2035 faciliteren in Nederland, vergelijken we met de totale emissiereductie-opgave die Nederland gemiddeld per jaar heeft om in 2050 op netto nul emissies uit te komen. Dit wordt het Nationale Transitiepad genoemd. We vergelijken onze bijdrage ook met de bijdrage van andere sectoren. Deze halen we uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waar elk jaar in september een nieuwe editie van verschijnt.

Ontwikkeling van onze prognoses

Voor de jaren tot en met 2030 kunnen we minder reductie faciliteren dan we een jaar geleden dachten. We denken nu dat gebruikers door onze energietransitie-projecten in 2030 7,8 Mton CO2-uitstoot kunnen reduceren. In het vorige jaarverslag gingen we nog uit van 16,4 Mton in 2030.

Waar de terugval tot 16,4 Mton in 2030 vooral kwam door de vertraging die we opliepen in de aanleg van het Nederlandse waterstofnetwerk, komt de daling tot 7,8 Mton in 2030 met name doordat we denken dat ons CCS-project Aramis vertraging oploopt. 

De waterstofmarkt zal langzamer op gang komen dan we eerder aannamen. We verwachten nu dat onze Nederlandse waterstofprojecten in 2035 1,9 Mton reductie kunnen faciliteren. Vorig jaar was de verwachting dat er al in 2030 een reductiefacilitering van 2,3 Mton mogelijk was.

Tussen 2030 en 2035 komen veel van de energietransitieprojecten gereed waar we momenteel aan werken. Hierdoor is in 2035 een emissiereductiefacilitering van 22,3 Mton haalbaar, verwachten we. Ter illustratie: de totale CO2-uitstoot van Nederland in 2024 was 144 Mton3.

3 CBS, emissies van broeikasgassen berekend volgens IPCC-voorschriften.

Nieuwe Gasunie-infrastructuur kan in 2035 22,3 Mton aan CO₂-uitstoot helpen vermijden

We faciliteren ook CO2-emissies van industrieën die van steenkoolgebruik naar aardgasgebruik willen overstappen, zoals bijvoorbeeld aangekondigd door Tata Steel. Dit nemen we niet mee in onze Transitiepad-bijdrage. Zie ook onze Transitiepad-toelichting elders in dit jaarverslag.

De ontwikkeling van de marktvraag in het Duitse waterstof-Kernnetz blijft momenteel achter bij de oorspronkelijke verwachtingen ten tijde van de goedkeuring van het project. We verwachten nu dat Hyperlink (ons aandeel in Kernnetz) in 2030 een maatschappelijke reductie van 1,3 Mton kan faciliteren (verwachting vorig jaarverslag: 4,4 Mton in 2030). Voor 2035 verwachten we een reductie van 3,0 Mton in 2035; reducties die bijdragen aan het Duitse nationale transitiepad.

Gasunie-investeringen in Hyperlink zorgen voor jaarlijkse megatonnen CO₂-reductie in Duitsland

Nederland heeft een wettelijk klimaatdoel van 55% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990. Met het beleid dat Nederland nu voert, haalt ons land dit klimaatdoel met 95% waarschijnlijkheid niet, zo bleek uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) die het Planbureau voor de Leefomgeving in september 2025 publiceerde. De inspanningen van Gasunie helpen wel om een belangrijk deel van de kloof tussen werkelijke emissiereductie en emissiereductiedoel te dichten.

Investeringen Gasunie zorgen ervoor dat Nederland het Transitiepad niet uit het oog verliest (in Mton/jaar)
Andere spelers moeten ook een aandeel leveren in het dichten van de kloof (in Mton/jaar)

Wat betekent bovenstaande informatie voor de periode 2035-2050? Dat wordt zichtbaar in onderstaande grafiek. Het effect van onze investeringen tot en met 2035 blijft zichtbaar als we de horizon doortrekken naar 2050, zoals in onderstaande afbeelding.

Verwachte bijdrage gebruikers Gasunie-infrastructuur aan het nationale transitiepad (in Mton/jaar)

Na 2035 resteert voor Gasunie nog een aanzienlijke taak. Met name het waterstofsysteem moet worden uitgebouwd. Ook voorzien we een verdere groei in groen gas en vervolginvesteringen in transport van CO2. Een toelichting op bovenstaande tabellen, grafieken en daarin opgenomen grootheden staat als appendix in dit jaarverslag. We houden voor nu alleen rekening met de effecten van onze investeringen tussen 2020-2035. Een nieuwe reeks Gasunie-investeringen voor de periode 2035-2050 kan leiden tot een steilere daling van het nationale transitiepad.

Financiële effecten

Ons balanstotaal gaat als gevolg van de investeringen toenemen. We denken de investeringen voornamelijk te kunnen doen met geleend kapitaal. Onze voorkeur daarbij heeft de uitgifte van (groene) obligaties maar we kijken ook naar mogelijkheden voor projectfinanciering en andere financieringsvormen zoals hybride obligatieleningen en leningen van de EIB. De kasstroom van onze bestaande activiteiten is een andere bron van financieren. Subsidies (nationaal en Europees) vormen een derde bron. 

In onze jaarrekening in noot 1 'Significante aangelegenheden en gebeurtenissen', noot 17 'Rentedragende leningen' en noot 22 'Overige voorzieningen' geven we een nadere toelichting op de energietransitie, onze groene obligaties, onze sustainability-linked bonds, de waardering van onze huidige activa en waardering van overige voorzieningen. Ook beschrijven we welke aannames en schattingen we hierbij hanteren.

Taxonomie

Gasunie toetst jaarlijks of haar bedrijfsactiviteiten in aanmerking komen als klimaat- of milieugerelateerde economische activiteit (taxonomy eligible) volgens de EU Taxonomie. Ook dit jaar concluderen we dat de bedrijfsactiviteiten van Gasunie in aanmerking komen als klimaat- of milieugerelateerde economische activiteit.

    Capex   Opex   Omzet
  In miljoenen euro's % van het totaal In miljoenen euro's % van het totaal In miljoenen euro's % van het totaal
Taxonomie eligible activiteiten            
4.12 Opslag van waterstof 18 2%  5  1%  -  0%
4.14 Transmissie- en distributienetwerken voor hernieuwbare en koolstofarme gassen 190 23%  40  5%  6  0%
4.15 Distributie van stadsverwarming -en koeling 124 15%  5  1%  -  0%
5.11 Vervoer van CO₂ 14 2%  17  2%  -  0%
             
Totaal taxonomie eligible activiteiten 345 41%  67  8%  6  0%
Totaal taxonomie non-eligible activiteiten 489 59%  807  92%  1.545  100%
             
Totaal 834 100%  875  100%  1.551  100%

Onze in aanmerking komende activiteiten bestaan uit onze waterstofprojecten (activiteit 4.12 en 4.14), onze warmteprojecten (activiteit 4.15), onze emissiereductieprojecten (activiteit 4.14), onze projecten met betrekking tot groen gas (activiteit 4.14) en onze CCS-projecten (activiteit 5.11).

Aanvullend op de capex in bovenstaande tabel, is in 2025 € 276 miljoen (2024 € 138 miljoen) geïnvesteerd in de joint venture Porthos (activiteit 5.11). Wanneer we bij de berekening van ons aandeel in aanmerking komende activiteiten ook de investeringen in joint ventures meenemen, stijgt het capex-aandeel van 41% naar 49% (2024: van 45% naar 53%).

Ten opzichte van voorgaande jaren is ons aandeel in aanmerking komende activiteiten voor de capex gedaald van 45% naar 41%. Dit komt met name doordat we in 2025 relatief veel hebben geïnvesteerd in onderhoud van gas- en LNG-infrastructuur in Duitsland.

In de Appendix Duurzaamheidsverslaggeving de wettelijk voorgeschreven tabellen opgenomen en is opgenomen hoe deze tabellen tot stand zijn gekomen.

Wij kunnen over 2025 niet aantonen dat onze activiteiten een substantiële bijdrage leveren aan de mitigatie van klimaatverandering en tegelijkertijd geen ernstige afbreuk doen aan de andere milieudoelstellingen van de EU Taxonomie. Daarnaast kunnen wij over 2025 nog niet volledig aantonen dat wij volledig voldoen aan de vereisten met betrekking tot de minimum safeguards. In 2026 werken we verder aan deze bewijsvoering.