Emissies
Emissies
De belangrijkste bijdrage die Gasunie kan leveren aan de verduurzaming, is het faciliteren van de vergroening van de Nederlandse en Noordwest-Duitse industrie, elektriciteitssector en huishoudens. Dit doen we door het transporteren van steeds grotere volumes duurzame gassen in combinatie met het afbouwen van het transport van fossiele gassen. Terwijl we daar de komende decennia aan werken, moeten we, volgens de benchmarks van het Parijs-akkoord ook onze eigen emissies terugdringen. We veroorzaken met onze werkzaamheden CO2-uitstoot in Scope 1, 2 en 3.
Onze emissies nader bekeken
- Scope 1 We gebruiken energie om onze netten op druk te houden, voor het mengen van aardgas met stikstof en om drukverlies tijdens transport te compenseren. Gasunie zet hiervoor elektriciteit en aardgas in. Bij de verbranding van aardgas ontstaan CO2-emissies. Daarnaast komt er bij het beheer en onderhoud van onze infrastructuur methaan (aardgas) vrij.
- Scope 2 We kopen elektriciteit in voor onze elektrische compressoren. Ook kopen we elektriciteit voor de productie van stikstof waarmee we hoogcalorisch gas uit het buitenland en van Noordzeevelden converteren naar laagcalorisch gas van Groningen-kwaliteit. Daarnaast valt de elektriciteit die we verbruiken op onze kantoren en installatiegebouwen in deze categorie.
- Scope 3-emissies ontstaan bij de productie van goederen en diensten die we inkopen, zoals stalen buizen en andere materialen. Daarnaast komen er emissies vrij op de bouwplaats door gebruik van machines en transportmiddelen.
We geven inzicht in zowel location-based als market-based emissies:
- Location-based Dit cijfer is gebaseerd op de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt door de productie van elektriciteit in de regio waar het elektriciteitsverbruik plaatsvindt. Het locatie-gebaseerde cijfer wordt berekend door vermenigvuldiging van het elektriciteitsverbruik (verbruik uitgedrukt in kWh) met de van toepassing zijnde CO2-emissiefactor.
- Market-based Om dit cijfer te berekenen, moeten we ons baseren op de broeikasgasemissies veroorzaakt door de energie-installaties waarvan de gekochte elektriciteit afkomstig is. De herkomst van de elektriciteit bewijzen we door Garanties van Oorsprong (GvO’s).
Impacts, risico’s en kansen
De CO2-emissies die we zelf direct en indirect veroorzaken, leveren vanuit de dubbele materialiteitsanalyse de volgende impacts, risico’s en kansen op:
| Nr. | ESRS | Materieel thema - ESRS | IRO |
|---|---|---|---|
| 1 | E1 | Mitigatie van klimaatverandering | Werkelijke negatieve impact: Bij de activiteiten van Gasunie en die binnen onze waardeketen komen broeikasgassen vrij die bijdragen aan klimaatverandering. |
| 2 | E1 | Mitigatie van klimaatverandering | Transitierisico: De methaanuitstoot en uitstoot van andere broeikasgassen (CO2) bij de bedrijfsactiviteiten van Gasunie hebben financiële gevolgen in de vorm van strafmaatregelen, boetes of andere kosten wanneer de EU en andere autoriteiten strengere eisen gaan stellen. |
| 3 | E1 | Energie | Werkelijke negatieve impact: Voor de eigen activiteiten van Gasunie zijn veel fossiele brandstoffen nodig die bijdragen aan klimaatverandering. |
We hebben relevante klimaat- en transitierisico’s geïdentificeerd en beoordeeld. Deze beoordeling is uitgevoerd zonder gebruik te maken van een scenario analyse. Wij erkennen dat scenarioanalyses een belangrijk instrument is om de risico’s te toetsen. We weten op dit moment nog niet of de inspanningen die we plannen om onze eigen emissies terug te dringen, genoeg zijn om ons eigen aandeel in de opwarming van de aarde voldoende te verkleinen.
Beleid
Gasunie hanteert een algemeen beleid voor het verlagen van broeikasgasemissies, waarin doelstellingen en stuurinformatie wordt beschreven. Als specifiek beleid is opgesteld, verwijzen we hiernaar. Voorbeelden hiervan zijn het beleid gericht op het verbeteren van energie-efficiëntie en het verlagen van methaanemissies. Deze beleidsstukken zijn van toepassing op alle energie verbruikende kapitaalgoederen (activa) die onder het beheer van Gasunie vallen. Dit betreft niet alleen eigen activa, maar ook activa van deelnemingen of derden waarvan we de operationele verantwoordelijkheid dragen. In ons beleid zijn emissies ingedeeld overeenkomstig het Greenhouse Gas Protocol (GHG) en we streven, volgens de definitie van SBTi, naar ‘net zero CO2eq in onze eigen bedrijfsvoering.
Klimaattransitieplan
Door organisatieveranderingen beschikt Gasunie in 2025 nog niet over een volledig uitgewerkt klimaattransitieplan. Verdere uitwerking van het transitieplan is voorzien, maar in de verslagperiode zijn hier nog geen vorderingen gerealiseerd. We streven ernaar om in 2045 netto geen broeikasgasemissies meer te veroorzaken over het geheel van Scope 1, 2 en 3 als dat redelijkerwijs mogelijk is. Het uitgewerkte transitieplan moet erop toezien dat het streven haalbaar en betaalbaar blijft. Net zero betekent een reductie van 90% ten opzichte van het referentiejaar 2020. De resterende 10% wordt geneutraliseerd via carbon removals – het fysiek verwijderen van CO2 uit de atmosfeer en het langdurig opslaan ervan.
Op het moment dat Gasunie over een uitgewerkt en haalbaar klimaattransitieplan beschikt, zetten we onze net-zero ambitie om in een formele net-zero doelstelling in 2045. Bereiken we dit doel op tijd, dan leveren we eerder dan volgens het Parijs-akkoord vereist in 2050 geen netto-bijdrage meer aan klimaatverandering. Dit streven vinden we realistisch gezien de combinatie van geplande emissiereductiemaatregelen en de verwachte afname van het gebruik van onze gastransportnetten door een dalende gasvraag.
Een diepgaande analyse van mogelijke belemmeringen voor het realiseren van deze ambitie hebben we nog niet uitgevoerd. Het in kaart brengen van deze risico’s is essentieel om op tijd te kunnen inspelen op toekomstige uitdagingen. Daarom gaan we op korte termijn onze reductieplannen verrijken met een dergelijke analyse en verwerken in het klimaattransitieplan.
Gasunie heeft op dit moment wel een net-zero ambitie, maar nog geen formele net-zero doelstelling. We wachten op een sectorspecifiek reductiekader van het Science Based Targets initiative (SBTi) voor de olie- en gassector. Dit kader was tot april 2025 in ontwikkeling, maar is sindsdien op pauze gezet.
In afwachting van dit kader onderzoeken wij de mogelijkheden om aan te sluiten bij de algemene SBTi-richtlijnen. Volgens deze richtlijnen moeten organisaties die binnen het 1,5°C-opwarmingsdoel van het Parijs-akkoord willen blijven, jaarlijks een emissiereductie van 4,2% realiseren ten opzichte van het basisjaar.
Voor de periode tot en met 2030 (Scope 1 en 2) en 2035 (Scope 3) zijn de mogelijkheden en bijbehorende investeringskosten inzichtelijk gemaakt en opgenomen in ons emissiereductieplan. Voor de periode erna ontbreekt dit overzicht op dit moment nog. Gasunie wil op de middellange termijn een volledig klimaattransitieplan opleveren, waarbij we ook beoordelen of het gekozen basisjaar nog representatief is. De snelheid waarin we onze emissies na 2035 kunnen terugbrengen, hangt af van vele aspecten. Zo zijn we bij wet verplicht om transportzekerheid van aardgas te garanderen in Nederland en Duitsland. Ook is dat het tempo van de energietransitie moeilijk te voorspellen. We proberen een betere inschatting te maken door scenario's te ontwikkelen in de vorm van bijvoorbeeld de II3050-scenariostudies. Het klimaattransitieplan willen we periodiek vernieuwen om rekening te houden met de komst van nieuwe bedrijfsonderdelen, deelnemingen en reductietechnologieën.
Emissiereductieplannen
Emissiereductieplannen vormen de basis voor het toekomstige klimaattransitieplan van Gasunie. We hebben plannen gemaakt voor alle drie de Scopes. De pakketten die de hoogste emissiereductie opleveren tegen de laagste kosten worden als eerste uitgevoerd. In 2024 hebben we ons eerste emissiereductieplan ontwikkeld, dat door de raad van bestuur is goedgekeurd.
Scope 1 en 2
Voor de periode 2025-2030 hebben we een duidelijk beeld hoeveel emissies we willen en kunnen verminderen en hoeveel kosten daar mee gemoeid zijn, in lijn met de richtlijnen van de SBTi. De pakketten die de hoogste emissiereductie opleveren tegen de laagste kosten worden als eerste uitgevoerd. In ons emissiereductieplan sturen we aan op een emissiereductie van 178,1 kton CO2eq (2024: 248,5 kton CO2eq) in 2030 ten opzichte van het basisjaar 2020 in Scope 1 en 2.
Het onderstaande overzicht laat zien welke maatregelen in beeld zijn en hoeveel emissiereductie ze opleveren (voor Scope 1 en 2) tot aan 2030. In vergelijking met vorig jaar zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd, waarvan de belangrijkste worden uitgelicht.
Nederland:
- Warmtepompen op gasontvangstations: Door schaarste aan elektrische aansluitingen en ongunstige kosten-batenverhoudingen komen veel locaties niet langer in aanmerking voor het plaatsen van een warmtepomp. Alleen locaties met een energie efficiëntie verplichting (EED) gaan we daarom, indien mogelijk, voorzien van een warmtepomp. Het komende jaar gebruiken we om een nieuwe projectplanning te maken (2024: 14,4 2025: 0).
- Kwaliteit meetinstrumenten: Een studie naar kwaliteit meetinstrumenten heeft ons het inzicht gegeven in verschillende technische oplossingen en welke het best toepasbaar zijn in ons bedrijfsproces. Door deze inzichten hebben we de oplossingsrichting aangepast en onze reductieverwachting bijgesteld (2024: 9,5 2025: 1,7).
- Meet- en regelstations: er zijn al enkele pneumatische componenten vervangen waardoor de resterende te reduceren emissies lager zijn (2024: 16,3 2025: 14,1).
- Emissiereductie meetstation Maasvlakte: een validatieberekening van operationele emissies laat zien dat de te behalen emissiereductie hier hoger ligt (2024: 1,5 2025: 6,1).
- Door de aanpassing in verwachtte emissiereductie is de bijbehorende capex opnieuw berekend.
Duitsland:
- Elektrisch aangedreven compressie: uitgesplitst naar Achim West en Rysum. De verwachte emissiereductie hebben we moeten bijstellen. Dit is mede ingegeven door de verwachte noodzaak voor het in stand houden van gasgedreven compressie op Embsen en Rysum naast de nieuwe elektrische compressoren. Deze capaciteit blijft naar verwachting nodig om met verminderde draaiuren als back-up te fungeren waardoor de verwachte emissiereductie ten opzichte van de eerdere verwachting lager is (2024: 178,8 en 2025: 120,8).
- Statische hercompressie: additionele locaties in beeld gekomen waardoor de verwachte reductie hoger wordt (2024: 1,4 en 2025: 5,8).
- Door nieuwe inzichten en aanpassingen in verwachtte emissiereductie is de bijbehorende capex opnieuw berekend.
Geplande maatregelen Gasunie Nederland
Geschatte investering tot aan het jaar 2030: € 69,9 miljoen4
Verwachte emissiereductie in het jaar 2030: 50,8 kton CO2eq5
| Maatregelen Gasunie Nederland scope 1 & 2 | Decarbonisatiehefboom | Geschatte reductie tot 2030 in kton CO₂eq | Geschatte capex tot 2030 in miljoenen euro's |
|---|---|---|---|
| 1. Emissiereductie gasontvangstations | Energie efficiëntie | - | - |
| 2. Leak detection and repair-projecten (LDAR) | Voorkomen uitstoot | 7,6 | - |
| 3. Elimineren ventstack emissies | Voorkomen uitstoot | 19,0 | 27,7 |
| 4. Emissiereductie meet- en regelstations | Voorkomen uitstoot | 14,1 | 39,9 |
| 5. Emissiereductie door kwaliteit-meetinstrumenten | Technologische emissiereductie | 1,7 | 0,2 |
| 6. Emissiereductie door mobiele hercompressie | Technologische emissiereductie | 2,2 | 1,2 |
| 7. Emissiereductie gasgestuurde actuators | Energie efficiëntie | 0,1 | 0,9 |
| 8. Emissiereductie LNG Maasvlakte (mengstation) | Voorkomen uitstoot | 6,1 | - |
Geplande maatregelen Gasunie Deutschland
Geschatte investeringen tot aan het jaar 2030: € 382,0 miljoen
Verwachte emissiereductie in het jaar 2030: 127,3 kton CO2eq
| Maatregelen Gasunie Deutschland scope 1 & 2 | Decarbonisatiehefboom | Geschatte reductie tot 2030 in kton CO₂eq | Geschatte capex tot 2030 in miljoenen euro's |
|---|---|---|---|
| 1. Installatie elektrisch aangedreven compressoren Achim West en Rysum | Uitgebruikname activa | 120,7 | 369,6 |
| 2. Emissiereductie mobiele hercompressie | Technologische emissiereductie | 0,8 | 0,4 |
| 3. Emissiereductie hercompressie units Embsen | Technologische emissiereductie | 5,8 | 12,0 |
Scope 3
Onze Scope 3-reductiestrategie richt zich op de grootste emissiebronnen binnen onze keten: de inkoop van staal, aannemerij en energie die vooraan in de keten wordt gebruikt. Daarbij werken we actief samen met de belangrijkste leveranciers van staalmaterialen en met aannemers, om gezamenlijk de uitstoot in deze onderdelen van de keten te verminderen. We verwachten dat deze emissies toe gaan nemen naarmate onze investeringsportefeuille groeit. Deze groei is nodig om de energietransitie mogelijk te maken. We kiezen binnen het Scope 3-reductieprogramma voor een economische CO2-intensiteitsdoelstelling, waarbij emissies worden afgezet tegen uitgaven (kg CO2 per euro). Dit stimuleert efficiënte en klimaatbewuste investeringen, zonder de voortgang van de energietransitie te belemmeren. De onderstaande geplande maatregelen zijn gebaseerd op de analyse die in 2024 is uitgevoerd met emissiedata van het basisjaar 2023, inclusief de toen bekende reductiekosten en aannames. We actualiseren deze cijfers niet jaarlijks, ook al kunnen de werkelijke data vanaf 2025 (bijvoorbeeld uit Scope 1 & 2-maatregelen) jaarlijks wijzigen.
Geplande maatregelen Scope 3
Geschatte noodzakelijke investeringen tot aan het jaar 2030: € 150 miljoen6
Potentiële emissiereductie in het jaar 2030: 208,1 kton CO2eq
| Maatregelen Gasunie Scope 3 (Nederland en Duitsland)* | Scope 3 categorie | Decarbonisatiehefboom | Geschatte reductie tot 2030 in kton CO₂eq |
|---|---|---|---|
| 1. Installeren elektrisch aangedreven compressoren | C3 - upstream energie | Uitgebruikname activa | 12,0 |
| 2. Installatie Warmtepompen gasontvangstations | C3 - upstream energie | Uitgebruikname activa | 1,0 |
| 3. Reduceren van emissies in ICT-investeringen | C15 - investeringen | Voorkomen van emissies | 1,0 |
| 4. Reduceren van emissies uit investeringen pijpleidingen | C15 - investeringen | Voorkomen van emissies | 0,3 |
| 5. Reduceren van emissies uit investeringen Gate terminal | C15 - investeringen | Voorkomen van emissies | 0,3 |
| 6. Vergroten energie efficiëntie bouwmaterieel | C1 - Inkoop services | Energie efficiëntie | 32,0 |
| 7. Inkoop hernieuwbare energie (GvO’s) voor stikstofproductie | C1 - inkoop goederen | Voorkomen van emissies | 29,5 |
| 8. Inkoop koolstofarm staal dmv DRI-technologie | C1 - inkoop goederen | Technologische emissiereductie | 40,0 |
| 9. Inkoop koolstofarm staal geproduceerd met schrootstaal – EAF-technologie | C1 - inkoop goederen | Technologische emissiereductie | 17,0 |
| 10. Inkoop groen staal geproduceerd met DRI-technologie (Waterstof) | C1 - inkoop goederen | Technologische emissiereductie | - |
| 11. Emissiereductie door gebruik emissievrij bouwmaterieel | C1 - Inkoop services | Voorkomen van emissies | 75,0 |
Actieplannen
De emissiereductieplannen van Gasunie (zullen) bestaan uit een of meer acties. In onderstaande paragraaf staan de acties opgesomd die we per Scope uitvoeren of die we aan het ontwikkelen zijn. We noemen dit decarbonisatiehefbomen. Een decarbonisatiehefboom is een strategie of maatregel die helpt om de uitstoot van CO2 te verminderen.
Scope 1-decarbonisatiehefbomen
Scope 1-emissies zijn alle emissies die direct het gevolg zijn van onze eigen activiteiten. Het terugdringen van deze emissies heeft bij Gasunie tot nu toe de meeste aandacht gekregen. Een groot aandeel hierin hebben de methaanemissies, die in 2025 28% van de Scope 1 uitmaakten (2024: 31%). Methaan heeft een ‘global warming potential’ van 28. Dat betekent dat een kilo methaan (CH4) 28 maal schadelijker is dan een kilo CO2. De overige 72% van Scope 1 bestaat hoofdzakelijk uit emissies door gasverwarming op de gasontvangstations (GOSsen), compressoraandrijving en gebouwverwarming. We moeten onze methaanemissies verder verminderen als gevolg van de EU Methaanverordening die in 2024 van kracht is geworden.
Voor Scope 1 hanteren we de volgende vier decarbonisatiehefbomen:
| Decarbonisatiehefboom | Actie | Tijdshorizon |
|---|---|---|
| Energie efficiëntie | Beperken van de energiebehoefte | LT |
| Energie-efficiëntie van componenten | LT | |
| Voorkomen van emissies | Leak detection and repair (LDAR) programma | LT |
| Taskforce Emissies | LT | |
| Technologische emissiereductie | Toepassen van mobiele hercompressie | KT |
| Verdringen met behulp van stikstof | LT | |
| Affakkelen | MT | |
| Inzet van mini-hercompressie-units | MT | |
| Installatie van emissievrije regelaars | KT | |
| Ingebruikname activa | Vervangen van gas-aangedreven compressoren door elektrische compressoren | MT |
| (Tijdelijk) buiten bedrijf stellen van compressorstations | LT |
Scope 2-decarbonisatiehefbomen
Scope 2-emissies zijn de indirecte emissies van de energie die we als Gasunie inkopen. We kopen elektriciteit in voor onze elektrische compressoren en voor de productie van stikstof, waarmee we hoogcalorisch gas uit het buitenland en van Noordzeevelden converteren naar laagcalorisch gas van Groningen-kwaliteit. Ook de elektriciteit die we verbruiken op onze kantoren en installatiegebouwen valt binnen deze categorie. Naast elektriciteit kopen we een beperkte hoeveelheid warmte in die met name wordt gebruikt voor het verwarmen van het gas op gasontvangststations. De maatregelen in Scope 2 blijven voor ons belangrijk totdat de emissies nagenoeg tot nul zijn gereduceerd of verdere reductie niet meer mogelijk is, met een voortdurende focus op haalbare en betaalbare reductiemaatregelen.
| Decarbonisatiehefboom | Actie | Tijdshorizon |
|---|---|---|
| Vergroenen van energiebron | Vergroenen van eigen elektriciteitsverbruik met GvO’s | KT |
| Sluiten van Power Purchase Agreements (PPA’s) | KT/MT |
Scope 3-decarbonisatiehefbomen
In 2024 hebben we voor het eerst het geheel van onze Scope 3-emissies inzichtelijk gemaakt, met 2023 als basisjaar vanaf waar we reducties berekenen. Op basis van dit inzicht hebben we een routekaart opgesteld met maatregelen voor Scope 3-emissiereductie die we willen nemen plus de verwachte besparingen, kosten en implementatietijd van deze maatregelen. In totaal denken we dat ons maximale Scope 3-emissie reductiepotentieel ruim 200 kton CO2eq is (-57%). We verwachten dit te kunnen realiseren met het onderstaande pakket aan maatregelen, op voorwaarde dat de externe marktsituatie — met name het tempo van decarbonisatie in de industrie — geen grote vertraging oploopt en de kosten binnen de interne CO2-prijs (ICP) van Gasunie blijven.
| Decarbonisatiehefboom | Actie | Tijdshorizon |
|---|---|---|
| Energy Efficiëntie | Installatie warmtepompen | MT |
| IT-vergroening | MT | |
| Emissiereductie non operated assets | MT | |
| Voorkomen van uitstoot | Inkoopcriteria emissies | MT |
| Duurzaam investeringsbeleid | LT | |
| Reisverkeer | KT | |
| Technologische emissiereductie | Productie m.b.v. Vlamboogoventechniek | MT |
| Productie d.m.v. DRI-technologie | LT | |
| Verduurzamen energiebronnen | Emissievrije bouwplaatsen | MT |
| Vergroening stikstofproductie | KT | |
| Uitgebruikname activa | Vervangen gasgedreven compressoren | MT |
Middelen
Zoals eerder beschreven, wil Gasunie in de boekjaren 2026 tot en met 2030 een bedrag van € 10,5 miljard investeren. Van dit bedrag is een kwart bestemd voor onderhoud aan en uitbreiding van de aardgas-infrastructuur waar ook de emissie-reducerende investeringen deel van uitmaken.
Onze emissiereductieplannen maken deel uit van de EU Taxonomieactiviteit 4.14 Transmissie- en distributienetwerken voor hernieuwbare en koolstofarme gassen. In 2025 is er € 33 miljoen capex en € 11 miljoen opex opgenomen onder activiteit 4.14 met betrekking tot emissiereductieplannen.
Meetbare doelen
Ons 2030-doel op methaanemissies, ons 2030-doel op Scope 17 en marktgebaseerde Scope 2-emissies en ons Scope 3-doel voor 2030 en 2035 zijn gevalideerd door middel van een second party opinion door een externe partij (niet zijnde de onafhankelijke accountant) in het kader van het Sustainability-Linked Bond-raamwerk (editie 2025). We hebben de basisjaren als uitgangspunt voor onze doelen gekozen omdat ze toen het meest actuele en complete beeld gaven. Jaarlijks evalueren we de voortgang van onze actieplannen en stellen waar nodig bij om ervoor te zorgen dat de consistentie van onze emissiereductiedoelstelling voor 2030 gewaarborgd wordt.
7 De Scope 1-doelstelling omvat niet de emissies van de EemsEnergyTerminal, omdat deze terminal nog niet operationeel was op het moment dat het Scope 1-doel werd vastgesteld.
Toen we ons doel voor methaanemissies en Scope 1- en marktgebaseerde Scope 2-emissies vaststelden, namen we aan dat het ‘global warming potential’ (GWP) van een kiloton methaan 25 keer hoger lag dan van een kiloton CO2. Nieuw wetenschappelijk inzicht laat zien dat methaan nog schadelijker is. In 2022 is het GWP verhoogd naar 28. Onze berekeningsformule hebben we niet aangepast, waardoor ons reductiedoel nu ambitieuzer is dan oorspronkelijk gedacht.
Methaanemissies
Onze methaanemissies moeten in 2030 onder de 70 kiloton (kton) CO2eq liggen. Dit is een daling van 49% ten opzichte van basisjaar 20208. Van dit doel moeten de Nederlandse activa van Gasunie 50 kton voor hun rekening nemen en de Duitse activa 20 kton. Dit doel is niet gerelateerd aan de ontwikkeling van onze transportvolumes.
8 Het basisjaar 2020 hebben we niet gekozen omdat het representatief is, maar omdat 2020 toen (2021) het meest recente en volledige beeld gaf van de totale uitstoot in de scopes.
Scope 1-emissies en marktgebaseerde Scope 2-emissies
De hoeveelheid emissies die wij emitteren voor het transporteren van het aardgas in onze leidingen is afhankelijk van het transportvolume en de richting waarin we transporteren. Daarom hebben we voor de combinatie van Scope 1 en marktgebaseerde Scope 2 een relatief doel afgesproken, uitgaande van een opgeteld transportvolume van GTS en GUD.
In formulevorm wordt dat:
CO2eq [kton] = 70 [kton CO2eq] + (0,137 × transportvolume [TWh])
In 2020 emitteerden we Scope 1 + Scope 2 (marktgebaseerd) in totaal 330 kton CO2eq. In 2030 mogen deze emissies niet hoger liggen dan 219 kton op basis van het volume van het basisjaar 2020 (1.085 TWh); wat neerkomt op een daling van 34%.
Scope 3-emissies
Gasunie heeft een relatief reductiedoel gesteld dat 73%9 (in basisjaar 2023) van de Scope 3-emissies dekt, rekening houdend met de bijbehorende inkoop. De doelstelling richt zich op emissies van ingekocht staal, brandstof, elektriciteit, stikstof, investeringen en ingekochte bouwdiensten. Gasunie streeft naar een reductie van 51,6% in 2030 en 66,3% in 2035 (kgCO2eq per euro inkoop, t.o.v. 2023). Ons Scope 3-ambitieniveau draagt bij aan het beperken van de opwarming van de aarde tot minder dan 2°C10. We hebben de haalbaarheid van deze doelen getest door reductiemaatregelen en hun maximale reductiepotentieel vast te stellen op basis van marktontwikkelingen en industriële decarbonisatiemogelijkheden.
9 Het aandeel van emissies dat in onze Scope 3-target valt, is gewijzigd van 77% naar 73% als gevolg van actualisatie van de DEFRA-database, waardoor het basisjaar 2023 opnieuw is berekend.
10 Dit is de zogeheten WB2D (well-below 2°C) pathway (SBTi). Het Science Based Targets initiative verwacht een lagere ambitie van bedrijven op Scope 3 (vergeleken met Scope 1 en 2). Dat is vanwege de vele uitdagingen in het reduceren van emissies in de waardeketen, zoals databeschikbaarheid en gebrek aan invloed op leveranciers.
Deze economische intensiteitsdoelstelling wordt uitgedrukt in kgCO2eq per uitgegeven euro, waardoor groei in de uitgaven mogelijk is terwijl we de impact op het klimaat tot een minimum proberen te beperken. De Scope 3-doelen zijn berekend met behulp van een door SBTi voorgeschreven berekeningstool.
Omdat we het gas dat we transporteren niet bezitten of verkopen, worden de emissies van het gebruik van gas door derden niet meegenomen in de Scope 3-inventarisatie en doelstelling van Gasunie. Op dit punt wijken we af van de algemene richtlijnen van het SBTi. Toch vinden we het belangrijk om een beeld te geven van de klimaatimpact die wordt veroorzaakt door het eindgebruik van gas door de eindgebruiker. We rapporteren regelmatig over deze impact aan de Nederlandse autoriteiten. De emissies bij eindgebruikers door verbranding van het aardgas dat we in 2025 transporteerden bedraagt 193,2 Mton (2024: 179,5 Mton CO2eq).
Realisatie van onze doelen
Ons methaanemissiedoel
In 2025 is het ons gelukt om op koers te blijven voor het bereiken van ons methaanemissiedoel. Onze methaanemissie bedroeg in 2025 96,66 kton CO2eq. In 2024 was dit 106,1 kton CO2eq. De daling van 9% is hoofdzakelijk het resultaat van een stabielere bedrijfsvoering, waardoor er minder ongecontroleerde emissie heeft plaatsgevonden. Door de uitbreiding van ons Leak Detection and Repair (LDAR)-programma hebben we lekverliezen eerder kunnen detecteren, monitoren en sneller repareren.
Ons Scope 1 en marktgebaseerde Scope 2 doel
Ten tijde van het vaststellen van ons Scope 1- en 2-doel, was de EemsEnergyTerminal nog niet in gebruik. Met de grote hoeveelheid energie die nodig is om deze LNG-terminal te laten werken, is het uitdagend geworden om de gestelde doelen te halen. Gezien de blijvende behoefte aan LNG-importcapaciteit is Gasunie, samen met medeaandeelhouder Vopak, voornemens om EemsEnergyTerminal te verlengen. Wij zijn ons bewust dat de mogelijke verlengde inzet van EemsEnergyTerminal het halen van onze emissiereductiedoelen in de weg kan staan. In 2025 zijn we daarom een onderzoek gestart naar hoe een nieuwe setup van EemsEnergyTerminal bij kan dragen aan het reduceren van emissies. De resultaten worden in 2026 verwacht. Een beoordeling van de potentiële locked-in GHG-emissies hebben we nog niet uitgevoerd.
In onze Scope 1 en 2 doel (market-based) worden onze gerealiseerde emissies afgezet tegen het getransporteerd volume. Ondanks een stijging in getransporteerd aardgas, zijn de absolute emissies dit jaar stabiel gebleven wat resulteert in een relatieve emissiedaling van 5% ten opzichte van 2024. Ondanks deze daling is het halen van onze reductiedoelen uitdagend. Door de emissies van de EemsEnergyTerminal zien wij een relatieve emissiestijging van 21% ten opzichte van ons basisjaar.
Ons Scope 3-doel
Voor 2025 zien wij een absolute stijging van 62% in de totale Scope 3-emissies ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging is te verklaren door de grote hoeveelheid ingekochte kapitaalgoederen voor onze grote projecten in Duitsland en meer afvalstromen door onder andere ontmanteling van compressorstation(s) in 2025.
We richten ons met ons relatieve Scope 3 target op de emissiecategorieën die binnen de vastgestelde dekking (73% van onze scope 3-emissies in basisjaar 2023) vallen: ingekocht staal, stikstof, elektriciteit, brandstof, investeringen en ingekochte bouwdiensten. In lijn met onze ambitie om deze Scope 3-emissies te verlagen, monitoren wij de voortgang van deze categorieën nauwgezet. Voor deze categorieën zien wij een stijging van 21% t.o.v. van het basisjaar, waar rekening is gehouden met de bijbehorende uitgaven bij inkoop. Deze ontwikkeling kunnen we voornamelijk toeschrijven aan de grote hoeveelheid ingekocht staal en bouwdiensten om de bouw van een aantal grote projecten in Duitsland te kunnen faciliteren.
ESRS-tabellen Scope 1, 2 en 3
| in kilotonnen CO₂eq | 2025 | 2024 | Basisjaar* | % mutatie t.o.v. vorig jaar | % mutatie t.o.v. basisjaar | Realisatie (% mutatie t.o.v. basisjaar) *** | Target 2030*** | Target 2035*** |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1 GHG emissies | ||||||||
| Totaal scope 1 GHG emissies | 347,4 | 340,5 | 329,4 | 2% | 5% | |||
| Percentage scope 1 GHG emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) | 69% | 73% | ||||||
| Scope 2 GHG emissies | ||||||||
| Totaal scope 2 GHG emissies (location based) | 191,3 | 226,9 | 288,6 | -16% | -34% | |||
| Totaal scope 2 GHG emissies (market based) | 2,5 | 0,7 | - | 242% | - % | |||
| Totaal Scope 1 & 2 GHG emissies (market based) | 349,8 | 341,2 | 329,4 | 3% | 6% | 21% | -34% | |
| Scope 3 GHG emissies | ||||||||
| Totaal indirecte scope 3 GHG emissies** | 430,3 | 266,3 | 379,2 | 62% | 13% | 21% | -51,6% | -66,3% |
| (1) Ingekochte goederen en diensten | 115,0 | 97,6 | 143,0 | |||||
| (2) kapitaalgoederen | 245,5 | 104,3 | 173,1 | |||||
| (3) Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) | 51,3 | 50,9 | 49,8 | |||||
| (4) Upstreamvervoer en -distributie | 1,3 | 1,0 | 1,2 | |||||
| (5) Afval geproduceerd bij activiteiten | 10,5 | 4,4 | 5,4 | |||||
| (6) Zakelijk reisverkeer | 1,0 | 1,4 | 1,2 | |||||
| (7) Woon-werkverkeer werknemers | 1,5 | 1,7 | 1,5 | |||||
| (12) End-of-life-verwerking verkochte producten | 0,7 | 0,7 | 0,6 | |||||
| (15) Investeringen | 3,6 | 4,5 | 3,5 | |||||
| Totaal GHG emissies | ||||||||
| Totaal GHG emissies (location based) | 968,9 | 833,7 | 16% | |||||
| Totaal GHG emissies (market-based) | 780,1 | 607,5 | 28% |
Onze Scope 1- en Scope 2-emissies (location-based) van onze groepsmaatschappijen bedragen respectievelijk 281,9 en 148,2 kton CO2eq. Voor onze joint operations en joint ventures waarover wij operationele zeggenschap hebben, bedragen deze emissies 65,4 kton CO2eq (Scope 1) en 43,1 kton CO2eq (Scope 2).
In de Appendix Duurzaamheidsverklaring hebben we de gehanteerde oordelen en schattingen ten aanzien van onze emissies opgenomen, net als informatie over ons energieverbruik en de energiemix.