Algemeen
Algemeen
In de Duurzaamheidsverklaring geven we inzicht in onze impact, risico’s en kansen op het gebied van milieu, maatschappij en governance. We leggen verantwoording af over duurzaamheidsrisico's, negatieve impacts op duurzaamheid en hoe wij duurzame waarde creëren voor onze stakeholders. Gasunie gaf hier al eerder graag inzicht in, maar met de implementatie van de Corporate Sustainability Reporting Directive (hierna CSRD) doen we dit sinds 2024 gestructureerd en volgens vaste richtlijnen.
Over de duurzaamheidsverklaring
Basis voor opstelling
De Duurzaamheidsverklaring is een onderdeel van het bestuursverslag en omvat de hoofdstukken 6 tot en met 12, de Appendix Duurzaamheidsverklaring en de informatie die is opgenomen door verwijzing (zie hiervoor de Referentietabel). Op de Duurzaamheidsverklaring heeft de externe accountant een beoordeling met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd.
De Duurzaamheidsverklaring heeft betrekking op verslagjaar 2025 en is opgesteld in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS EU 2023/2772, hierna ESRS).
Consolidatie
De informatie opgenomen in deze Duurzaamheidsverklaring is geconsolideerd volgens dezelfde grondslagen als de geconsolideerde jaarrekening. Waar we in de rapportage hiervan afwijken, vermelden we dat.
Oordelen, schattingen en onzekerheden
Bij het opstellen van de Duurzaamheidsverklaring maken we gebruik van schattingen en beoordelingen. Dit geldt met name voor onze prognoses over het faciliteren van emissiereductie, onze berekening van Scope 3-emissies en de bepaling van onze materiaalinstroom.
Als het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, hebben we de aard van de oordelen en de schattingen opgenomen in de toelichting bij de betreffende data of de Appendix Duurzaamheidsverslaggeving.
De onderliggende veronderstellingen bij de schattingen beoordelen we periodiek. De oordelen en schattingen die we hebben gebruikt, kunnen in toekomstige verslagperioden worden verfijnd wanneer meer relevante informatie beschikbaar komt. In 2025 hebben we een verdere verfijning aangebracht in de bepaling van onze Scope 3 emissies, de berekeningsmethodiek van het totaal aantal kilo’s staal en het aantal gewerkte uren door aannemers behorende bij de TRFI. We hebben in deze gevallen de vergelijkende cijfers herzien. Meer informatie hieromtrent is opgenomen in de hoofdstukken Emissies, Circulariteit en Veiligheid.
Veerkrachtanalyse
Bij het herijken van onze uit 2020 stammende Visie 2030-strategie hebben we in 2024 beschreven wat de veerkracht is van onze strategie en ons businessmodel op het punt van klimaatverandering voor de periode tot en met 2030 en tot en met 2040. In het kader hiervan is gekeken naar verschillende klimaatscenario’s vanuit II3050. In 2025 hebben we de uitkomsten van de veerkrachtanalyse uit 2024 getoetst aan de actualiteit; in het kader van de vaststelling van ons businessplan 2026-2028. De uitkomsten van de analyse zijn in dit jaarverslag verwerkt in de Risicomanagement-paragraaf van het hoofdstuk Governance en de impacts, risico's en kansen van de thema’s energietransitie en emissies.
Tijdshorizonten
De tijdslijnen waarin een actie of maatregel afgerond is, kunnen per actie of maatregel verschillen. Dit maken we inzichtelijk door de aanduiding KT (korte termijn; binnen 1 jaar na einde verslagperiode), MT (middellange termijn; één tot en met vijf jaar na de verslagperiode) en LT (lange termijn/doorlopend; langer dan vijf jaar na de verslagperiode of een doorlopende actie/maatregel). We sluiten hierbij aan bij de tijdshorizonten zoals opgenomen in de ESRS.
Onze waardeketen
In het hoofdstuk Dit is Gasunie geven we een overzicht van onze rol in de energieketen in Nederland en Noord-Duitsland. Dit overzicht geeft inzicht in onze eigen operaties (import, transport, bewerking en opslag), onze downstream-waardeketen (bestemming) en onze upstream-waardeketen (herkomst).
Beleid en meetbare doelen
De raad van bestuur van Gasunie heeft het in de Duurzaamheidsverklaring beschreven beleid goedgekeurd alvorens het beschikbaar wordt gesteld aan de interne organisatie. De raad van bestuur is eindverantwoordelijk voor de naleving van het beleid. Het beleid ten aanzien van leveringszekerheid, veiligheid en diversiteit volgt de geldende wet- en regelgeving, zoals de Gaswet, de Arbowet en de wet ingroeiquotum en streefcijfers.
De doelen die opgenomen zijn in de Duurzaamheidsverklaring worden jaarlijks, voorafgaand aan het boekjaar goedgekeurd door de raad van bestuur door middel van goedkeuring van het businessplan. Ook de raad van commissarissen keurt het businessplan goed.
Elk kwartaal wordt door middel van een kwartaalrapportage een update gegeven aan de raad van bestuur over de belangrijkste risico’s, kansen en prestatie-indicatoren zoals opgenomen in het businessplan op het gebied van duurzaamheid. In de reguliere besprekingen van de raad van commissarissen wordt elk kwartaal de realisatie van het businessplan geëvalueerd.
Stakeholders worden niet expliciet betrokken bij het vaststellen van beleid, de meetbare doelen, het bijhouden van prestaties en het in kaart brengen van verbeteringen. Wanneer dit wel het geval is, is dit vermeld bij het beleid of het meetbare doel.
In principe is de realisatie van doelen zoals opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring niet gevalideerd door een externe partij, niet zijnde onze onafhankelijke accountant. Wanneer deze validatie wel heeft plaatsgevonden, is dit specifiek vermeld.
Materiële thema’s
We richten ons in dit duurzaamheidsverslag op de belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen voor de stakeholders van Gasunie. Om te bepalen wat deze onderwerpen zijn, hebben we materiele thema's geïdentificeerd. Hiervoor gebruiken we het ESRS-principe van dubbele materialiteit:
- Impact materialiteit: de impact die Gasunie heeft op mens en milieu (de inside-out visie).
- Financiële materialiteit: de risico’s en kansen die door (duurzaamheidsgerelateerde) ontwikkelingen en gebeurtenissen voor Gasunie ontstaan (de outside-in visie).
Uitkomsten materialiteitsanalyse
Uit de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) blijkt dat er acht thema’s zijn die onze interne en externe stakeholders als materieel – oftewel belangrijk – beschouwen voor Gasunie. Deze thema’s zijn weergegeven in de connectiviteitstabel. Voor elk thema hebben we, samen met de inschattingen van onze stakeholders, een beoordeling gemaakt van zowel de impact materialiteit als de financiële materialiteit. Binnen deze acht thema’s is geen rangorde aangebracht.
In 2025 hebben we de DMA herijkt door IRO's specifieker te formuleren en deze te scoren op individueel niveau in plaats van per (sub)thema. Dit leidde tot wijzigingen in materiële thema’s en IRO’s. We hebben de analyse daarnaast inhoudelijk verdiept en beter afgestemd op onze duurzaamheidsstrategie (CSR-strategie) en het interne risicomanagementproces. In de Appendix Duurzaamheidsverklaring hebben we de stappen beschreven die we hebben gevolgd voor de Dubbele Materialiteitsanalyse.
Ten opzichte van vorig jaar zijn Biodiversiteit (E4) en Diversiteit (S1) toegevoegd als materiële thema’s. Klimaatadaptatie (E1), Afval (E5) en Welzijn van medewerkers (S1) zijn dit jaar niet als materieel aangemerkt. Elk thema is afzonderlijk beoordeeld op basis van zijn eigen impact en relevantie. Dat een thema niet als materieel is aangemerkt, betekent niet dat het onbelangrijk is, maar dat het onder de gehanteerde drempelwaarde viel die we hebben aangehouden in het kader van de DMA. Deze veranderingen in materiële thema’s zijn het resultaat van een herijking van de DMA in 2025, waarbij we de IRO's specifieker hebben geformuleerd en per IRO hebben beoordeeld in plaats van per (sub)thema. Hierdoor zijn zowel de materiële thema’s als de IRO’s aangepast.
Voor ESRS E4 (Biodiversiteit) en ESRS S2 (Werknemers in de waardeketen) maken we gebruik van de zogenaamde Quick-fix infaseringsbepalingen. Dit betekent dat we deze standaarden in het huidige verslagjaar niet volledig uitwerken. Ondanks het gebruik van de infaseringsbepaling voor ESRS S2, rapporteren we wel over enkele aspecten van medewerkers van onze (onder)aannemers in het kader van veiligheid, omdat dit een essentieel onderdeel van onze bedrijfsvoering is. Het aan ESRS E4 gekoppelde materiële thema biodiversiteit behandelen we in de Appendix Duurzaamheidsverslaggeving.
Connectiviteitstabel
Onderstaande connectiviteitstabel toont hoe Gasunie de belangrijkste duurzaamheids- en risicothema’s (zoals klimaat, biodiversiteit, circulariteit, veiligheid, energietransitie en diversiteit) verbindt met strategie en de Corporate Risk Assessment (CRA).
Zo wordt inzichtelijk welke impact, risico’s en kansen er zijn, en hoe deze integraal worden meegenomen in het beleid van Gasunie.
| Nr. | ESRS | Materieel thema - ESRS | Hoofdstuk jaarverslag | Koppeling CSR-strategie | Koppeling CRA-nr. | IRO | Termijn |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | E1 | Mitigatie van klimaatverandering | Emissies | Klimaat | Werkelijke negatieve impact: Bij de activiteiten van Gasunie en die binnen onze waardeketen komen broeikasgassen vrij die bijdragen aan klimaatverandering. | KT, MT, LT | |
| 2 | E1 | Mitigatie van klimaatverandering | Emissies | Klimaat | 16. Niet-naleving van wet- en regelgeving | Transitierisico: De methaanuitstoot en uitstoot van andere broeikasgassen (CO2) bij de bedrijfsactiviteiten van Gasunie hebben financiële gevolgen in de vorm van strafmaatregelen, boetes of andere kosten wanneer de EU en andere autoriteiten strengere eisen gaan stellen. | KT, MT, LT |
| 3 | E1 | Energie | Emissies | Klimaat | Werkelijke negatieve impact: Voor de eigen activiteiten van Gasunie zijn veel fossiele brandstoffen nodig die bijdragen aan klimaatverandering. | KT, MT, LT | |
| 4 | E4 | Biodiversiteit | Algemeen | Biodiversiteit | Mogelijke negatieve impact: Met het oog op de energietransitie gaat Gasunie in de toekomst mogelijk meer infrastructuur op land en in zee bouwen en in gebruik nemen. Bouwen op land/zee leidt mogelijk tot de verstoring van de daar aanwezige habitats met als gevolg een mogelijk verlies aan biodiversiteit door verstoring van de leefgebieden, geluidsoverlast en vervuiling. | MT, LT | |
| 5 | E4 | Biodiversiteit | Algemeen | Biodiversiteit | 2. Onvoldoende projectcapaciteit | Transitierisico: Gasunie is voor huidige en toekomstige projecten afhankelijk van vergunningen van de overheid en andere bevoegde instanties. Deze vergunningen zijn noodzakelijk om infrastructurele projecten te starten en voort te zetten. Bij de aanvraag van een vergunning moet ook de impact op de biodiversiteit worden opgenomen en waar nodig gemitigeerd. Als deze ecologische impact (waaronder stikstofdepositie) onvoldoende wordt onderzocht en aangepakt, voldoet het project mogelijk niet aan wettelijke vereisten of maatschappelijke verwachtingen. Als biodiversiteit niet voldoende wordt meegenomen bij de vergunningaanvraag, kan dit leiden tot intrekking of weigering van de vergunning. Dat kan weer vertragingen in de projectimplementatie (kosten) en/of boetes tot gevolg hebben. | KT, MT, LT |
| 6 | E5 | Instroom van grondstoffen en materialen, inclusief gebruik daarvan | Circulariteit | Circulariteit | Werkelijke negatieve impact: Gasunie gebruikt grondstoffen, met name staal, om infrastructuur te gebruiken, onderhouden en bouwen. Vanwege onvoldoende beschikbaarheid van secundair staal is Gasunie genoodzaakt om primair staal/materiaal in te kopen. Dit gaat gepaard met een grotere ecologische voetafdruk voor grondstoffen en vervuiling binnen de upstream waardeketen. | KT, MT, LT | |
| 7 | E5 | Instroom van grondstoffen en materialen, inclusief gebruik daarvan | Circulariteit | Circulariteit | 10. Onvoldoende samenwerking binnen de waardeketen | Risico: Een verstoring in de toeleveringsketen door materiaalschaarste (bijvoorbeeld als gevolg van de Europese investering van EUR 800 mld in de defensie-industrie) en/of geopolitieke omstandigheden kan leiden tot hogere inkoopkosten voor staal. | KT, MT, LT |
| 8 | ES | Leveringszekerheid | Leveringszekerheid | Bedrijfsstrategie Gasunie | 3. (Geo)politieke instabiliteit 5. Fysieke beveiliging |
Risico: Verstoring van onze energievoorziening door fysieke beveiligingsrisico’s/-lekken vanwege bijvoorbeeld (geo)politieke dreigingen die grote impact hebben op onze licence to operate of in de vorm van gemiste inkomsten. | KT, MT, LT |
| 9 | ES | Leveringszekerheid | Leveringszekerheid | Bedrijfsstrategie Gasunie | Mogelijke negatieve impact: Gasunie beheert cruciale infrastructuur die zowel nationale als internationale energievoorzieningssystemen bedient. Deze systemen zijn sterk afhankelijk van veilige en IT- en operationele technologieën die te allen tijde beschikbaar zijn. Hierbij is momenteel sprake van grote risico’s vanwege (geo)politieke ontwikkelingen. In geval van een (cyber)aanval op de beveiliging of een IT-storing optreden als gevolg van bijvoorbeeld een cyberaanval, inbraak in het systeem of een technische fout, dan kan dit het functioneren van de infrastructuur en dienstverlening van Gasunie verstoren. Een dergelijke verstoring kan leiden tot wijdverspreide onderbrekingen in de energievoorzieningsketen en zodoende in de samenleving als geheel. | KT, MT, LT | |
| 10 | ES | Leveringszekerheid | Leveringszekerheid | Bedrijfsstrategie Gasunie | 4. Cyberaanvallen | Risico: De infrastructuur van Gasunie is in steeds grotere mate afhankelijk van digitale systemen en onderling verbonden technologieën om de energiestromen in nationale en internationale netwerken te beheren en monitoren. Gasunie is momenteel actief in een instabiel (geo)politiek landschap. Als de cyberveiligheidsmaatregelen onvoldoende, verouderd of niet consequent toegepast zijn binnen onze systemen en bij onze partners, wordt de organisatie kwetsbaar voor cyberaanvallen, datalekken of systeemfalen, onder andere vanwege (geo)politieke ontwikkelingen. Dit kan leiden tot operationele verstoringen, vertraging in de energielevering en zelfs grootschalige uitval, wat weer het verlies van onze licence to operate en/of financiële verliezen/schade tot gevolg kan hebben. | KT, MT, LT |
| 11 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | Huidige positieve impact: Door toegang te bieden tot energie en/of CCS met netto-nul uitstoot van broeikasgassen helpen we downstream partijen hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de opwarming van de aarde af te remmen en terug te draaien. | KT, MT, LT | |
| 12 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | Risico: Door toegang te verschaffen tot schone energie en/of CCS daalt op termijn de behoefte aan diensten voor de import, de opslag en het transport van aardgas, terwijl deze op dit moment de grootste inkomstenbron van Gasunie vormen. Het wordt erg moeilijk voor Gasunie om deze nieuwe inkomstenbron (schone energie/CCS) even winstgevend te maken als aardgas. | MT, LT | |
| 13 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | 6. Onvoldoende maatschappelijke steun voor investeringen in de energietransitie | Risico: Het toekomstige inkomstenpotentieel van Gasunie vanwege de verminderde vraag naar diensten voor energietransport, veroorzaakt door het vertrek van energie-intensieve industrieën (deïndustrialisatie) uit het netwerk van Gasunie. | MT, LT |
| 14 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | Kans: De maatschappelijke transitie naar energie met netto-nul uitstoot van broeikasgassen creëert behoefte aan meer transportinfrastructuur, opslag en terminals voor groen gas, waterstof, warmte, CO2/CCS, zowel op land als op zee, en biedt Gasunie zo nieuwe kansen op de markt en nieuwe financiële kansen. | MT, LT | |
| 15 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | 2. Onvoldoende projectcapaciteit 6. Onvoldoende maatschappelijke steun voor investeringen in de energietransitie |
Risico: Gasunie gaat grote investeringen doen in infrastructuurprojecten voor hernieuwbare energie om de doelstellingen voor de energietransitie te behalen. De lange aanlooptijden en andere hindernissen bij deze complexe projecten kunnen leiden tot kostenoverschrijding, wat weer de aantasting van de algemene solvabiliteit van het bedrijf tot gevolg kan hebben. Dat kan op zijn beurt leiden tot discussies met de aandeelhouder, bezuinigingen, uitstel of pauzering van projecten voor de energietransitie. | MT, LT |
| 16 | ES | Energietransitie | Energietransitie | Bedrijfsstrategie Gasunie | 7. Discrepantie tussen vraag uit de markt en strategie | Risico: Het risico bestaat dat het tempo waarmee Gasunie nieuwe energieprojecten ontwikkelt en implementeert – zoals waterstofinfrastructuur of oplossingen voor hernieuwbaar gas – niet aansluit op de veranderende maatschappelijke verwachtingen. Het idee kan ontstaan dat de organisatie te langzaam gaat. Aan de andere kant kan te snel gaan zonder voldoende maatschappelijk draagvlak of begrip leiden tot weerstand. Deze discrepantie kan de maatschappelijke licence to operate van Gasunie in gevaar brengen en het vertrouwen van onze stakeholders ernstig aantasten. Het kan ook betekenen dat we uiteindelijk de verkeerde infrastructuur aanleggen en de samenleving opzadelen met hoge kosten. | MT, LT |
| 17 | S1 | Veiligheid (S1) | Veiligheid | Veiligheid | Werkelijke negatieve impact: De activiteiten van Gasunie beslaan technische en industriële activiteiten en activiteiten in het veld, bijvoorbeeld onderhoud aan pijpleidingen, bouw en beheer van de energie-infrastructuur, waar inherent gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor medewerkers aan verbonden zijn. Als de veiligheidsprotocollen niet consequent worden gevolgd, de training niet toereikend is of risico’s niet proactief worden herkend en gemitigeerd, neemt het risico op ongevallen en gezondheidsproblemen op de werkvloer toe. Dit kan leiden tot ernstig letsel, langdurige gezondheidsproblemen en zelfs sterfgevallen. | KT, MT, LT | |
| 18 | S1 | Veiligheid (S1) | Veiligheid | Veiligheid | 1. Arbeidsgerelateerde incidenten en veiligheidsincidenten | Risico: Gasunie is afhankelijk van medewerkers voor de uitvoering van verschillende operationele en technische activiteiten, vaak in risicovolle omgevingen zoals bouwplaatsen en de energie-infrastructuur. Als medewerkers betrokken raken bij gezondheids- en veiligheidsincidenten vanwege onvoldoende veiligheidsmaatregelen, training of door fouten, kan dit leiden tot ernstige ongevallen of ernstig letsel. Dergelijke incidenten kunnen personeelstekorten, verlies van cruciale kennis en vertraging in de uitvoering van projecten tot gevolg hebben. Ook kunnen ze de reputatie van Gasunie schaden, leiden tot hogere financiële kosten en de licence to operate of mogelijkheid om in de toekomst vergunningen te verkrijgen in gevaar brengen vanwege de schijnbare veiligheidsrisico’s binnen de organisatie. | MT, LT |
| 19 | S1 | Diversiteit (S1) | Diversiteit | Diversiteit | Mogelijke negatieve impact: Onbewuste vooroordelen en structurele ongelijkheid binnen Gasunie kan leiden tot ongelijkwaardige behandeling en kansen, wat het welzijn en de ontwikkeling van medewerkers in de weg staat. | MT, LT | |
| 20 | S1 | Diversiteit (S1) | Diversiteit | Diversiteit | Kans: Een divers personeelsbestand levert een breed scala aan ervaringen, perspectieven en ideeën op die voordelig kunnen zijn voor de creativiteit, het vinden van oplossingen en de besluitvorming. Door diversiteit actief te omarmen met een inclusief wervingsbeleid, leiderschapsontwikkeling en een gelijkwaardig beleid op de werkvloer, kan Gasunie werken aan een dynamischere en veerkrachtigere organisatie. Dit verbetert de innovatiecapaciteiten en besluitvorming van het bedrijf en levert uiteindelijk betere financiële prestaties op voor Gasunie. | MT, LT | |
| 21 | S2 | Veiligheid (S2) | Veiligheid | Veiligheid | Huidige negatieve impact: De activiteiten in de waardeketen van Gasunie beslaan technische en industriële activiteiten, en activiteiten in het veld, bijvoorbeeld aan pijpleidingen, bouw en beheer van de energie-infrastructuur, waar inherent gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor medewerkers van (onder)aannemers aan verbonden zijn. Als de veiligheidsprotocollen niet consequent worden gevolgd, de training niet toereikend is of risico’s niet proactief worden herkend en gemitigeerd, neemt het risico op ongevallen en gezondheidsproblemen op de werkvloer toe. Dit kan leiden tot letsel, langdurige gezondheidsproblemen of zelfs sterfgevallen. | KT, MT, LT | |
| 22 | S2 | Veiligheid (S2) | Veiligheid | Veiligheid | 1. Arbeidsgerelateerde incidenten en veiligheidsincidenten | Risico: Gasunie is afhankelijk van onderaannemers voor de uitvoering van verschillende operationele en technische activiteiten, vaak in risicovolle omgevingen zoals bouwplaatsen en de energie-infrastructuur. Als onderaannemers betrokken raken bij gezondheids- en veiligheidsincidenten vanwege onvoldoende veiligheidsmaatregelen, training of door fouten, kan dit leiden tot ernstige ongevallen of ernstig letsel. Dergelijke incidenten kunnen personeelstekorten, verlies van cruciale kennis en vertraging in de uitvoering van projecten tot gevolg hebben. Ook kunnen ze de reputatie van Gasunie schaden, leiden tot hogere financiële kosten en de licence to operate of mogelijkheid om in de toekomst vergunningen te verkrijgen in gevaar brengen vanwege de schijnbare veiligheidsrisico’s binnen de waardeketen. | KT, MT, LT |
Belangen en opvattingen van stakeholders
Stakeholderbeleid
Wij beschouwen groepen en individuen die de doelen van Gasunie (direct of indirect) kunnen beïnvloeden of door deze doelen worden beïnvloed als onze stakeholders. Een goede relatie met stakeholders is voor ons van groot belang voor het bepalen van onze strategie, het ontwikkelen en bouwen van energietransitieprojecten en het beheren van onze bestaande infrastructuur.
Door actief in gesprek te gaan, kunnen we gezamenlijk oplossingen ontwikkelen en bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie op de middellange en lange termijn. Daarbij houden we rekening met de (negatieve) gevolgen van ons handelen voor mens en milieu, en met de impact van duurzaamheidsvraagstukken op onze organisatie.
Om stakeholderbetrokkenheid te verankeren hebben we een organisatie-breed stakeholderbeleid.
Afhankelijk van de specifieke werkzaamheden, initiatieven of projecten worden bepaalde stakeholdergroepen meer of minder betrokken. Bij het vormgeven van de strategie ligt de focus bijvoorbeeld op de dialoog met onze klanten, de nationale overheid, de aandeelhouder/raad van commissarissen en de ondernemingsraad. Bij de operationele uitvoering van onze projecten hechten we juist veel waarde aan de dialoog met lokale gemeenschappen en omwonenden van de bouwlocaties en bij het beheren van onze bestaande infrastructuur spelen de energietoezichthouders een belangrijke rol.
De raad van bestuur en de raad van commissarissen moeten bij hun taakuitvoering alle stakeholderbelangen afwegen, waarbij het creëren van duurzame waarde op lange termijn en de continuïteit van onze onderneming de basis vormt. Onze stakeholders kunnen erop vertrouwen dat hun belangen op zorgvuldige wijze worden meegewogen. Wij zien dit als voorwaarde voor goed ondernemerschap en blijvende samenwerking met onze stakeholders.