4. Materiële vaste activa
De mutaties in de materiële vaste activa in 2025 zijn als volgt:
| In miljoenen euro’s | Boekwaarde per 1 jan. 2025 |
Investe-ringen | Overboekingen | Desinves-teringen | Afschrij-vingen | Bijzondere waarde-vermindering | Boekwaarde per 31 dec. 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 235,5 | - | 5,8 | -0,1 | -14,2 | -0,5 | 226,5 |
| Compressorstations | 648,9 | - | 22,6 | -0,6 | -36,4 | -13,9 | 620,6 |
| Installaties | 1.574,9 | - | 100,6 | -0,8 | -82,4 | -40,5 | 1.551,8 |
| Hoofdtransportleidingen | 4.785,5 | - | 87,0 | -0,5 | -127,2 | -84,3 | 4.660,5 |
| Regionale transportleidingen | 934,2 | - | 60,2 | -2,1 | -32,5 | - | 959,8 |
| Ondergrondse gasopslag | 354,9 | - | 0,0 | - | -28,0 | - | 326,9 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 243,0 | - | 17,6 | -12,2 | -24,6 | -1,5 | 222,3 |
| Gebruiksrecht activa | 108,4 | 11,6 | - | - | -11,6 | - | 108,4 |
| Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering | 548,9 | 787,1 | -293,8 | - | - | - | 1.042,2 |
| Totaal voor boekjaar 2025 | 9.434,2 | 798,7 | - | -16,3 | -356,9 | -140,7 | 9.719,0 |
In Duitsland investeerden we in 2025 in de realisatie van de aansluitleidingen voor twee LNG-terminals vanwege de uitbreiding van capaciteit en in de nieuwbouw van een elektrisch aangedreven compressorstation. Onze investeringen in Nederland hebben met name betrekking op de aanleg van het WarmtelinQ-warmtetransportnetwerk, investeringen in het landelijke waterstofnetwerk en reguliere vervangingsinvesteringen. In 2025 is een bedrag van € 6,3 miljoen (2024: € 9,6 miljoen) aan subsidie in mindering gebracht op de boekwaarde van de materiële vaste activa. De in mindering gebrachte subsidie heeft betrekking op investeringen in het warmtetransportnetwerk van tracé Rijswijk-Leiden.
De materiële vaste activa omvatten ook enkele leidingen die in gezamenlijk eigendom zijn met andere netbeheerders. Dit speelt uitsluitend voor een aantal Duitse gastransportleidingen, waarvan EUGAL en NEL de belangrijkste zijn. Ultimo 2025 was de boekwaarde van ons eigendomsdeel in deze leidingen € 481,9 miljoen (ultimo 2024: € 478,9 miljoen).
Voor onze contractuele investeringsverplichtingen ultimo 2025 verwijzen we naar noot 28 ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’.
De bijzondere waardevermindering van in totaal € 140,7 miljoen heeft volledig betrekking op ons Duitse gastransportnetwerk. Voor nadere informatie verwijzen we naar noot 3 ‘Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen’.
Onder de materiële vaste activa is ultimo 2025 een bedrag van € 108,4 miljoen (ultimo 2024: € 108,4 miljoen) begrepen voor gebruiksrecht activa volgend uit onze leaseovereenkomsten. Voor nadere informatie over de bijbehorende leaseverplichtingen verwijzen we naar noot 18 ‘Leaseverplichtingen’.
De mutaties in de bij de leases behorende gebruiksrecht activa in 2025 zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | Boekwaarde per 1 jan. 2025 | Inves-teringen | Desinves-teringen | Afschrij-vingen | Bijzondere waarde-vermindering | Boekwaarde per 31 dec. 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 93,4 | 3,6 | - | -6,5 | - | 90,5 |
| Regionale transportleidingen | 6,1 | 0,3 | - | -0,1 | - | 6,3 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 8,9 | 7,7 | - | -5,0 | - | 11,6 |
| Totaal voor boekjaar 2025 | 108,4 | 11,6 | - | -11,6 | - | 108,4 |
De mutaties in de materiële vaste activa in 2024 zijn als volgt:
| In miljoenen euro’s | Boekwaarde per 1 jan. 2024 | Investe-ringen | Over-boekingen | Desinves-teringen | Afschrij-vingen | Boekwaarde per 31 dec. 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 147,7 | - | 100,7 | -1,1 | -11,8 | 235,5 |
| Compressorstations | 684,9 | - | 13,9 | -9,3 | -40,6 | 648,9 |
| Installaties | 927,3 | - | 720,8 | -0,5 | -72,7 | 1.574,9 |
| Hoofdtransportleidingen | 4.795,7 | - | 107,7 | -0,6 | -117,3 | 4.785,5 |
| Regionale transportleidingen | 926,3 | - | 39,0 | -1,1 | -30,0 | 934,2 |
| Ondergrondse gasopslag | 382,2 | - | 0,6 | - | -27,9 | 354,9 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 225,1 | - | 41,0 | -1,9 | -21,2 | 243,0 |
| Gebruiksrecht activa | 97,4 | 21,1 | - | - | -10,1 | 108,4 |
| Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering | 1.050,6 | 522,0 | -1.023,7 | - | - | 548,9 |
| Totaal voor boekjaar 2024 | 9.237,2 | 543,1 | - | -14,5 | -331,6 | 9.434,2 |
De mutaties in de bij de leases behorende gebruiksrecht activa in 2024 zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | Boekwaarde per 1 jan. 2024 | Inves-teringen | Desinves-teringen | Afschrij-vingen | Boekwaarde per 31 dec. 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 84,6 | 15,8 | - | -7,0 | 93,4 |
| Regionale transportleidingen | 5,8 | 0,4 | - | -0,1 | 6,1 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 7,0 | 4,9 | - | -3,0 | 8,9 |
| Totaal voor boekjaar 2024 | 97,4 | 21,1 | - | -10,1 | 108,4 |
De aanschafwaardes en de cumulatieve afschrijvingen van de materiële vaste activa zijn als volgt:
| In miljoenen euro’s | Aanschafwaarde per 31 dec. 2025* | Cumulatieve afschrijvingen per 31 dec. 2025** | Aanschafwaarde per 31 dec. 2024* | Cumulatieve afschrijvingen per 31 dec. 2024** |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 388,0 | -161,5 | 382,4 | -146,9 |
| Compressorstations | 1.780,5 | -1.159,9 | 1.795,4 | -1.146,5 |
| Installaties | 3.419,1 | -1.867,4 | 3.338,4 | -1.763,5 |
| Hoofdtransportleidingen | 10.331,4 | -5.670,9 | 10.248,3 | -5.462,8 |
| Regionale transportleidingen | 1.883,3 | -923,3 | 1.830,7 | -896,5 |
| Ondergrondse gasopslag | 650,2 | -323,2 | 650,2 | -295,3 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 739,5 | -517,2 | 738,8 | -495,8 |
| Gebruiksrecht activa | 172,3 | -64,1 | 160,9 | -52,5 |
| Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering | 1.042,2 | - | 548,9 | - |
| Totaal | 20.406,5 | -10.687,5 | 19.694,0 | -10.259,8 |
Afschrijvingstermijnen en -methodes
We beoordelen onze IFRS‑afschrijvingstermijnen en -methodes periodiek op basis van relevante aannames,veronderstellingen en externe ontwikkelingen. Ultimo 2025 hebben we beoordeeld of er aanleiding bestaat om deze afschrijvingstermijnen en -methodes te herzien.
Onze gereguleerde activa vallen onder de afschrijvingskaders van de toezichthouders in Nederland (ACM) en Duitsland (BNetzA). In het gepubliceerde methodebesluit 2027 – 2031 gaat ACM nog steeds uit van een lange regulatoire afschrijvingshorizon voor het gastransportnetwerk, met looptijden tot 55 jaar voor hoofdtransportleidingen. ACM hanteert daarbij een degressieve afschrijvingsmethodiek om de verwachte afname in netwerkbenutting te reflecteren.
Onder KANU 2.0 kunnen netbeheerders in Duitsland vanaf 2026 zelf de regulatoire afschrijvingstermijnen bepalen binnen ruime kaders. De wetgever noemt 2045 als mogelijke einddatum, in lijn met Duitse klimaatdoelstellingen. In lijn met KANU 2.0 hebben we besloten om voor regulatoire doeleinden de Duitse gereguleerde afschrijvingstermijnen voor het aardgastransportnetwerk met ingang van 2026 te verkorten naar 2045.
Bij het bepalen van onze IFRS-afschrijvingstermijnen en -methodes houden we rekening met zowel onze eigen verwachtingen over het toekomstig gebruik van onze infrastructuur als met de regulatoire zienswijzen van ACM, BNetzA en de Duitse wetgever. Daarbij gaan we, op basis van onze eigen verwachtingen, ervan uit dat het aardgastransportnetwerk de komende decennia noodzakelijk blijft voor de leveringszekerheid van energie. Andere relevante factoren betreffen de vertraging in de ontwikkeling van alternatieve energie-infrastructuur en de blijvende vraag naar LNG-import, welke erop wijzen dat het aardgastransportnetwerk langdurig benut blijft. Bovendien biedt de bestaande infrastructuur mogelijkheden voor transport van groengas of e-methaan. Op basis hiervan concluderen we dat er ultimo 2025 onder IFRS geen aanleiding bestaat om de huidige levensduurinschatting van het aardgastransportnetwerk tot 2070 te herzien.
Ontwikkelingen op het gebied van waterstof, CCS en de verdere concretisering van onze Visie 2040 (zoals toegelicht in noot 1 ‘Significante aangelegenheden en gebeurtenissen’) kunnen in de toekomst invloed hebben op onze inschatting van de economische levensduur van het aardgastransportnetwerk. Naarmate deze plannen verder worden uitgewerkt en meer duidelijkheid ontstaat over het (her)gebruik van de bestaande infrastructuur, kunnen deze inzichten leiden tot een herziening van de IFRS‑afschrijvingstermijnen.
Voor specifieke installaties die op middellange termijn niet meer worden ingezet, versnellen we de afschrijving tot aan de beoogde buitengebruikstelling. Waar hergebruik voor onder andere waterstof of CCS mogelijk blijft, conserveren we de installaties duurzaam.
Voor de overige gereguleerde en de niet-gereguleerde en/of van regulering vrijgestelde activa geldt dat we geen aanwijzingen hebben dat de verwachte levensduur korter is dan de huidige afschrijvingstermijn.
De afschrijvingstermijnen van de belangrijkste activa categorieën zijn als volgt:
| Terreinen | Geen afschrijving |
| Bedrijfsgebouwen | 20-50 jaar |
| Compressorstations | 15-30 jaar |
| Installaties | 15-30 jaar |
| Hoofdtransportleidingen | Maximaal tot 2070 |
| Regionale transportleidingen | Maximaal tot 2070 |
| Ondergrondse gasopslag | Maximaal tot 2035 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 5-20 jaar |
| Permanente gasvoorraden | Geen afschrijvingen |
| Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering | Geen afschrijvingen |
Gebruiksrecht activa schrijven we af overeenkomstig de kortste van de verwachte leasetermijn of de economische levensduur. Voor gehuurde terreinen geldt dat we ze over het algemeen pachten voor onbepaalde tijd, maar hebben we wel de mogelijkheid om de pacht op korte termijn op te zeggen. Voor de bepaling van de meest waarschijnlijke leasetermijn hebben we aansluiting gezocht bij de economische levensduur van het actief (zoals een leiding of een installatie) waarvoor we het betreffende terrein pachten.