28. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Investeringsverplichtingen
Ultimo 2025 zijn we contractuele investeringsverplichtingen aangegaan ter hoogte van € 1.176,2 miljoen (ultimo 2024: € 335,5 miljoen). De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de voortgang in de bouw van het warmtetransportnetwerk van WarmtelinQ (toename € 295,7 miljoen). Daarnaast zijn in Duitsland meer investeringsverplichtingen aangegaan voor de uitbreiding van de transportcapaciteit voor de doorvoer van LNG (toename € 378,1 miljoen) en voor de aansluiting van LNG-terminal Stade op het aardgastransportnetwerk (toename € 144,6 miljoen).
Verstrekte garantiestellingen
De verstrekte garanties zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | 31 dec. 2025 | 31 dec. 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Aantal | Waarde | Aantal | Waarde | |
| Bankgaranties | 5 | 0,4 | 5 | 0,4 |
| Parent Company Guarantees | 19 | 589,4 | 19 | 669,8 |
| Overige garanties | 3 | 95,1 | 2 | 119,1 |
| Totaal verstrekte garantiestellingen | 27 | 684,9 | 26 | 789,3 |
De verstrekte zekerheden omvatten zekerheden en garanties verstrekt aan onze klanten, leveranciers en overige belanghebbenden (of die van onze niet-geconsolideerde deelnemingen of joint ventures). De verstrekte Parent Company Guarantees houden met name verband met de garanties voor de huur van twee drijvende opslag- en hervergassingsinstallaties (FSRU’s) van onze joint venture EemsEnergyTerminal. De overige garanties zien vrijwel volledig toe op de garanties jegens bepaalde kredietverstrekkers van leningen die zijn opgenomen door onze niet-geconsolideerde deelneming Gate terminal. De garantiestellingen zijn niet vrij overdraagbaar. De looptijd van de verstrekte zekerheden varieert over het algemeen tussen de één en tien jaar; een beperkt aantal zekerheden heeft geen overeengekomen einddatum.
Ultimo 2025 hebben we voor € 141,3 miljoen (ultimo 2024: € 176,2 miljoen) aan contragaranties ontvangen van onze mede-aandeelhouder in EemsEnergyTerminal (Vopak). De contragaranties zijn niet in mindering gebracht op de verstrekte garanties, omdat niet aan de juridische voorwaarden voor saldering is voldaan.
Meerjarige verplichtingen
De meerjarige verplichtingen zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | Contractwaarde | |
|---|---|---|
| Looptijd | 31 dec. 2025 | 31 dec. 2024 |
| 0 – 1 jaar | 89,2 | 84,9 |
| 1 – 5 jaar | 192,3 | 196,2 |
| > 5 jaar | 73,3 | 87,6 |
| Totaal | 354,8 | 368,6 |
De meerjarige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op de inkoop van stikstofproductiecapaciteit, gereserveerde transportcapaciteit voor transportleidingen die niet volledig ons eigendom zijn en de daarmee samenhangende managementservices en ICT- en overige diensten.
In de meerjarige verplichtingen zijn niet begrepen de eventuele verplichtingen die betrekking hebben op de toekomstige levering van energie uit hoofde van de termijnleveringscontracten. Voor nadere informatie over deze contracten verwijzen we naar noot 27 ‘Financieel risicomanagement’ onder het hoofd ‘Prijsrisico’.
Voorwaardelijke verplichtingen
In Duitsland wordt het waterstofnetwerk gefinancierd via intertemporele kostentoerekening door middel van een amortisatiefonds. Dit fonds zorgt ervoor dat de initiële kosten van de uitrol van het netwerk gelijkmatiger worden verdeeld tussen de eerste en toekomstige gebruikers van het Duitse waterstofnetwerk. Jaarlijkse verschillen tussen de toegestane inkomsten en gereguleerde kosten worden bijgehouden en voorgefinancierd vanuit het amortisatiefonds. Indien het amortisatiefonds uiterlijk in 2055 niet in evenwicht is, geldt een eigen risico in de vorm van een percentage van de openstaande schuld dat aan de Duitse staat moet worden voldaan. Onze huidige inschatting is dat het Duitse waterstofnetwerk succesvol wordt geëxploiteerd en het amortisatiefonds aan het einde van de periode in evenwicht is, waardoor geen terugbetaling zal plaatsvinden.
Opruimverplichtingen
In voorkomende gevallen hebben we vanuit wet- en regelgeving en/of vanuit rechten en vergunningen een verplichting tot het opruimen van buitengebruik gestelde activa. Voor de activa waarvoor op de balansdatum sprake is van een dergelijke wettelijke of feitelijke verplichting, hebben we een voorziening voor opruimkosten in de balans opgenomen. Nadere informatie hierover hebben we opgenomen in noot 22 ‘Overige voorzieningen’.
Voor een aanzienlijk deel van onze activa geldt dat de opruimverplichting slechts een conditionele verplichting is. We hebben geen voorziening in de balans opgenomen voor de activa waarvoor we vanuit wet- en regelgeving of vanuit rechten of vergunningen niet verplicht zijn deze op te ruimen, tenzij toekomstige gebeurtenissen zich materialiseren. Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn situaties waarin onze activa na buitengebruikstelling leiden tot milieuverontreiniging of wanneer een rechthebbende of een vergunningverlener met een beroep op een ter zake relevante contractuele regeling of publiekrechtelijke bevoegdheid ons verplicht om onze buitengebruik gestelde activa te verwijderen.
We verwachten op dit moment dat onze opruimverplichtingen in een beperkt aantal gevallen zullen materialiseren. We verwachten namelijk dat het transport van aardgas in de komende jaren belangrijk blijft en dat we daarna een aanzienlijk deel van onze activa in bedrijf houden in het kader van de energietransitie, bijvoorbeeld voor het transport van waterstof of CO2. Ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie kunnen ertoe leiden dat deze schatting in de toekomst wijzigt.
Daarnaast verwachten we dat opruiming van buitengebruik gestelde activa veelal niet zal materialiseren, omdat de kosten van het opruimen in voorkomende gevallen niet opwegen tegen de maatschappelijke kosten daarvan en de betrokken partijen in de praktijk daarom geen opruiming van ons vereisen. Ook kunnen rechthebbenden of vergunningverleners om andere praktische redenen afstand doen van hun recht om buitengebruik gestelde activa te laten verwijderen. Deze schatting kan wijzigen als ons beleid en/of dat van de betrokken derde partijen in de toekomst wijzigt en/of omdat de technische verwijderingsmogelijkheden evolueren.
Claims en geschillen
Een van onze klanten is een procedure gestart bij de rechtbank om haar langlopende capaciteitscontracten tussentijds te annuleren. We zijn van mening dat deze vordering ongegrond is. Indien de vordering echter geheel of gedeeltelijk zou worden toegewezen, dan verwachten we geen directe financiële gevolgen voor ons vanwege de in de wet- en regelgeving vastgelegde systematiek van omzetregulering.
Daarnaast hebben we vorderingen op Gazprom Export LLC inzake het niet nakomen van contractuele verplichtingen jegens ons. Op 31 december 2024 heeft het Tribunaal het vonnis gewezen en is PJSC Gazprom veroordeeld tot betaling van het bedrag onder de door haar afgegeven garantstelling (Parent Company Guarantees), evenals rente en de door ons gemaakte kosten voor de arbitrage. Inmiddels is uitgebreid onderzoek gedaan naar verhaalsmogelijkheden en zijn meerdere derdenbeslagen gelegd en hebben we de derdenbeslagenen gedagvaard. We hebben ook een tegenovergestelde vorderingen van Gazprom Export LLC ontvangen. We zien geen juridische basis voor deze tegenvorderingen. We hebben voor de uitkomst van deze claims en of derdenbeslagen geen vordering of verplichting in de balans opgenomen.
Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale eenheid
N.V. Nederlandse Gasunie vormt samen met haar Nederlandse 100%-groepsmaatschappijen een fiscale eenheid voor de heffing van vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn we hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden met betrekking tot de vennootschapsbelasting en omzetbelasting van alle bij de fiscale eenheid betrokken vennootschappen. In Duitsland geldt een soortgelijk aansprakelijkheidsregime voor de Duitse fiscale eenheid.
Hoofdelijke aansprakelijkheid personenvennootschappen
We hebben indirect een aantal samenwerkingsverbanden in de vorm van personenvennootschappen (vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid). Onze groepsmaatschappij die participeert in een personenvennootschap of optreedt als beherend vennoot voor een personenvennootschap, is hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die deze personenvennootschappen aangaan.
Instemmings- en aansprakelijkheidsverklaring
Voor Gasunie Assets B.V. is een instemmings- en aansprakelijkheidsverklaring ex. art. 2:403 BW verstrekt door N.V. Nederlandse Gasunie.