Spring naar inhoud

22. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen zien ultimo 2025 volledig toe op de voorziening voor opruimkosten (ultimo 2024: idem).

De voorziening voor opruimkosten is gevormd naar aanleiding van onze besluiten om specifieke activa buitengebruik te stellen en op te ruimen. Wet- en regelgeving en/of rechten en vergunningen, onder meer op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening, vereisen in voorkomende gevallen dat opruiming plaatsvindt. De opgenomen voorziening heeft betrekking op het opruimen van al buiten bedrijf gestelde activa. De basis voor deze voorziening is ons saneringsprogramma. Het resterende deel van dit saneringsprogramma voeren we uit in de periode 2026-2030. We achten het ultimo 2025 niet aannemelijk dat het integraal opruimen van al onze materiële vaste activa aan de orde komt. Voor een nadere toelichting op onze voorwaardelijke opruimverplichtingen verwijzen we naar noot 28 ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’.

Bij het bepalen van de voorziening voor opruimkosten nemen we in ogenschouw dat onze oordelen en schattingen beïnvloed kunnen worden door de ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en door aangescherpte milieu- en klimaatdoelstellingen. Op het gebied van waterstof, warmte en CCS wordt de langetermijnvisie steeds concreter en naar verwachting in de komende jaren verder uitgewerkt. Gasunie is hier actief bij betrokken. We passen de voorziening voor opruimkosten op iedere balansdatum aan op de meest recente ontwikkelingen. Voornoemde maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ook in toekomstige jaren leiden tot het bijstellen van de omvang van de voorziening voor opruimkosten, bijvoorbeeld als bepaalde activa geen toekomstige alternatieve aanwending kent waar dit eerder wel werd verwacht (of vice versa) en deze ontwikkeling leidt tot het daadwerkelijk opruimen van het actief.

Daarnaast kan de voorziening worden aangepast als op basis van ervaringscijfers de technische wijze van opruimen verandert of als de kosten van historische opruimingen aanleiding geven om uit te gaan van hogere of lagere kosten voor toekomstige opruimingen. We actualiseren het saneringsprogramma jaarlijks, onder meer voor wat betreft de verwachte toekomstige prijzen, de inschatting van de te verwijderen activa en de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden samenhangend met het opruimen.

De mutaties in de overige voorzieningen zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2025 2024
     
Stand per 1 januari 27,8 78,7
     
Dotaties ten laste van de winst-en-verliesrekening 9,8 -
Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening - -47,8
Oprenting ten laste van de winst-en-verliesrekening 0,7 2,4
Onttrekkingen ten laste van de voorziening -5,0 -5,5
     
Stand per 31 december 33,3 27,8

De dotatie van de voorziening in 2025 volgt overwegend uit een wijziging van onze inschattingen ten aanzien van de scope van de te saneren leidingen. De vrijval in 2024 werd voornamelijk veroorzaakt door een aangepaste inschatting van de technische haalbaarheid van de te verwijderen activa.

Het kortlopend deel van de overige voorzieningen bedraagt ultimo 2025 naar verwachting € 7,6 miljoen (ultimo 2024: € 8,2 miljoen). Dit bedrag is niet afzonderlijk vermeld onder de kortlopende verplichtingen. Het deel van de voorziening met een looptijd van meer dan vijf jaar bedraagt ultimo 2025 € nihil (ultimo 2024: idem). We hebben in 2025 een disconteringsvoet voor belastingen gehanteerd tussen de 2,9% en 3,0% (2024: 2,6% - 2,7%).