21. Personele voorzieningen
De in de balans opgenomen personele voorzieningen zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | 31 dec. 2025 | 31 dec. 2024 |
|---|---|---|
| Pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland | 77,7 | 84,7 |
| Jubileumuitkeringen | 10,8 | 10,8 |
| Secundaire arbeidsvoorwaarden | 8,1 | 0,2 |
| Totaal personeelsbeloningen | 96,6 | 95,7 |
Voorzieningen pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland
De pensioenregeling van de werknemers van Gasunie Deutschland die vóór 2012 in dienst zijn getreden, is een toegezegd-pensioenregeling, gebaseerd op een eindloonsysteem. De aanspraken van deze werknemers zijn niet gefinancierd. Deze regeling behandelen we als een toegezegd-pensioenregeling.
De voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter. De afname van de pensioenverplichting in 2025 wordt voornamelijk verklaard door een stijging van de disconteringsvoet ultimo 2025. Daarnaast daalt de pensioenverplichting ook omdat sprake is van een gesloten regeling, waardoor het aantal actieve deelnemers dat pensioen opbouwt en het aantal inactieve deelnemers dat pensioen ontvangt jaarlijks geleidelijk afneemt.
De pensioenverplichting per ultimo boekjaar is samengevat in onderstaand meerjarenoverzicht:
| In miljoenen euro's | 31 dec. 2025 | 31 dec. 2024 | 31 dec. 2023 | 31 dec. 2022 | 31 dec. 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Contante waarde toegekende pensioenaanspraken | 77,7 | 84,7 | 87,1 | 77,2 | 107,5 |
| Pensioenvoorziening | 77,7 | 84,7 | 87,1 | 77,2 | 107,5 |
| Ervaringsaanpassingen verplichtingen van de regeling | 1,7 | 0,1 | 0,8 | 1,1 | -1,0 |
De gewogen gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen bedraagt ultimo 2025 circa vijftien jaar (ultimo 2024: circa zestien jaar). De aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de pensioenverplichtingen zijn als volgt:
| 31 dec. 2025 | 31 dec. 2024 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 4,3% | 3,4% |
| Verwachte toekomstige salarisverhogingen | 2,2% - 3,2% | 2,2% - 3,2% |
| Verwachte toekomstige pensioenverhogingen | 2,2% | 2,2% |
Het verloop van de contante waarde van de pensioenverplichting is als volgt:
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 84,7 | 87,1 |
| Kosten van de pensioenverplichtingen | 1,3 | 1,5 |
| Oprenting | 2,9 | 2,7 |
| Aanpassing in actuariële financiële veronderstellingen | -10,0 | -4,0 |
| Ervaringsaanpassingen | 1,7 | 0,1 |
| Betaalde pensioenuitkeringen | -2,9 | -2,7 |
| Stand per 31 december | 77,7 | 84,7 |
Het totaal van de niet-gerealiseerde actuariële resultaten over 2025 bedraagt -/- € 8,3 miljoen (2024: -/- € 3,9 miljoen). Het cumulatieve saldo van de actuariële resultaten, voor aftrek van uitgestelde belastingen, bedraagt ultimo 2025 -/- € 0,3 miljoen (ultimo 2024: -/- € 8,5 miljoen). Het actuarieel resultaat over 2025 is met name beïnvloed door de stijging van de disconteringsvoet. De actuariële resultaten zijn in het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat verwerkt. Dit geldt ook voor het belastingeffect op de niet-gerealiseerde actuariële resultaten, zoals ook toegelicht in noot 20 ‘Uitgestelde belastingverplichtingen’.
De gevoeligheid van de berekening van de voorziening voor pensioenverplichtingen per 31 december is voor de volgende significante actuariële veronderstellingen bepaald, waarbij de andere veronderstellingen gelijk blijven:
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet +0,1% | -1,1 | -1,3 |
| Disconteringsvoet -0,1% | 1,1 | 1,3 |
| Verwachte salarisverhogingen +0,1% | 0,2 | 0,2 |
| Verwachte pensioenverhoging +0,1% | 0,9 | 1,1 |
De gevoeligheidsanalyses zijn mogelijk niet representatief voor de daadwerkelijke verandering in de pensioenverplichting. Het is onwaarschijnlijk dat wijzigingen in de veronderstellingen afzonderlijk van elkaar plaatsvinden, aangezien sommige veronderstellingen met elkaar gecorreleerd zijn.
De totale pensioenlasten uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling in de winst-en-verliesrekening bestaan uit:
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Toename toegekende pensioenaanspraken | 1,3 | 1,5 |
| Oprenting | 2,9 | 2,7 |
| Totaal pensioenlasten | 4,2 | 4,2 |
Voorziening voor jubileumuitkeringen
De voorziening heeft betrekking op de jubileumuitkeringen die we uitkeren aan onze medewerkers bij bepaalde dienstjubilea. De mutaties in deze voorziening zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 10,8 | 9,5 |
| Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening | 0,2 | 1,5 |
| Onttrekkingen uit de voorziening | -0,3 | -0,2 |
| Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening | - | - |
| Stand per 31 december | 10,8 | 10,8 |
De voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter.
Voorziening voor kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden
De voorziening ziet voornamelijk toe op onze vitaliteitsregelingen welke in 2025 is gevormd. Vitaliteitsregelingen geven werknemers maximaal vijf jaren voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd het recht (gedurende vier jaren) op doorbetaalde afwezigheid voor een deel van de arbeidstijd. Voorheen werden de hieraan verbonden kosten in de winst-en-verliesrekening verantwoord in het betreffende jaar. Omdat sprake is van een opbouw van rechten (dienstjareneis) dient een voorziening gevormd te worden.
De mutaties in deze voorziening zijn als volgt:
| In miljoenen euro's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 0,2 | 0,2 |
| Toevoegingen ten laste van de winst-en-verliesrekening | 9,1 | - |
| Onttrekkingen uit de voorziening | -1,2 | - |
| Vrijval ten gunste van de winst-en-verliesrekening | - | - |
| Stand per 31 december | 8,1 | 0,2 |
De voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter.